Huis- en veiligheidsregels


Huis- en veiligheidsregels:

Huisregels; een samenvatting.

  • In het clubhuis is het verboden om zonder toestemming van het bestuur wapens te onderhouden, te hanteren of te tonen.
  • In het clubhuis is het dragen van holsters (door bv. dynamische schutters) niet toegestaan.
  • Wapens worden op de baan uit het foedraal/de koffer gehaald en na afloop op de baan weer daarin terug geplaatst.
  • De voertaal op de baan is altijd het Nederlands. Alle schutters en gasten moeten uit veiligheidsoverweging het Nederlands goed beheersen; m.n. luisteren, lezen, spreken.
  • Iedereen houdt binnen het gebouw, zowel op de baan als elders in het clubhuis direct toezicht op het eigen wapen.
  • Het maken van foto of filmopnames in of rond het gebouw of op de baan, is zonder voorafgaande toestemming van het bestuur, verboden.
  • Het dragen van ‘militair tenue’ door niet militairen, wordt niet op prijs gesteld.

 

1.1 Algemene Veiligheidsregels uit: ‘Basiscursus Schietsport’, SSV Griffioen

 

  1. Behandel elk wapen ALTIJD alsof het geladen is.

Dit noemen wij de ‘gulden’ regel, de meeste andere regels houden direct verband met deze regel. Indien iedereen zich strikt aan deze regel houdt is de kans op ongelukken zeer klein.

 

  1. Houd of leg de loop van het wapen ALTIJD in een veilige richting.

Zelfs als we zeker weten dat een wapen leeg is letten we er op dat de loop altijd in een veilige richting wijst. Dit geldt bijvoorbeeld ook als we ons met het wapen naar de schietbaan verplaatsen, of het wapen tijdelijk ergens neerleggen.

 

  1. Het met een vuurwapen wijzen naar of richten op iemand

Dit is volstrekt ontoelaatbaar. Dit is levensgevaarlijk en daardoor volstrekt ontoelaatbaar, mocht dit ooit geconstateerd worden dan wordt er direct ingegrepen en volgt hoogstwaarschijnlijk een royement.

 

  1. Voor (en tijdens) het schieten is het gebruik van alcohol niet toegestaan.

Alcohol en de schietsport gaan niet samen, vandaar dat alcoholgebruik voor of tijdens het schieten uit den boze is. Dit geldt ook voor het gebruik van de rijvaardigheid beïnvloedende medicijnen en uiteraard ook voor het gebruik van verdovende middelen. Na afloop van het schieten is alcoholgebruik in het clubhuis, met mate toegestaan. Let er wel op dat rijden onder invloed (en andere zware overtredingen) vergaande consequenties kan hebben voor sportschutters. De afdeling bijzondere wetten van de politie zal dan een eventueel verlof intrekken en de KNSA hierover berichten. Vervolgens trekt de KNSA de schietsport licentie in, waarna een lidmaatschap van een schietvereniging niet meer mogelijk is.

 

  1. Hygiëne.

Was na je schietbeurt goed je handen; lood en kruitslijmresten bevatten o.a. zware metalen die je liever niet binnen krijgt.

 

  1. Neem geen wapens, wapenonderdelen of munitie mee naar huis.

Het is voor niet verlofhouders, niet toegestaan om wapens, wapenonderdelen, munitie of munitieonderdelen mee naar huis te nemen. Het bezit van deze zaken door niet bevoegden is een misdrijf volgens de Nederlandse wetgeving. Eventuele blindgangers of ongebruikte munitie moeten dan ook na het schieten ingeleverd worden bij het telbureau.

De enige uitzondering betreft afgeschoten hulzen, maar dan alleen indien ‘kennelijk onderdeel van een verzameling’. Het is dus toegestaan om een gering aantal afgeschoten hulzen mee naar huis te nemen, maar alleen voor verzameldoeleinden.

 

DE GULDEN REGEL

Behandel elk wapen ALTIJD alsof het GELADEN is.

Het meest onveilige wapen is het zogenaamde ‘ongeladen’ wapen.

In de Verenigde Staten vallen jaarlijks meerdere doden en gewonden door ongelukken bij het hanteren of schoonmaken van ‘ongeladen’ vuurwapens.

Vertrouw daarom NIEMAND, ook je eigen geheugen niet! Controleer ALTIJD zelf of het wapen ongeladen is voordat je het wapen überhaupt aanraakt. En zelfs dan behandel je elk wapen ALTIJD alsof het GELADEN is.

 

1.2 Veiligheid bij het hanteren van vuurwapens

 

  1. Zorg ervoor dat het wapen altijd zichtbaar ontladen is.

Het wapen dient altijd zichtbaar ontladen te zijn, dat houdt in dat iedereen vanaf een afstand kan zien dat het wapen niet geladen is. De afsluiter, grendel, of cilinder is open

  • Er is geen patroon aanwezig in de kamer
  • De patroonhouder (magazijn) is niet in het wapen aanwezig
  • Er bevinden zich geen patronen in de patroonhouder
  • Gebruik waar mogelijk een kamervlag

Dit moet altijd het geval zijn, of je je nu verplaatst met het wapen, het wapen ergens ligt, je het wapen vervoert, je het wapen overgeeft of aanpakt etc. De enige uitzondering is natuurlijk op het moment dat je daadwerkelijk met het wapen aan het schieten bent. Na het laatste schot volg je direct de veilig ontladen procedure en leg je het wapen pas neer zodra het zichtbaar ontladen is.

Pak dus nooit een wapen aan van iemand als het magazijn er in zit, of de afsluiter/grendel/cilinder dicht is. Vraag altijd eerst of diegene het wapen wil ontladen en zichtbaar ontladen wil aanbieden.

 

  1. Raak de trekker niet onnodig aan.

Als je een wapen hanteert dan zorg je er altijd voor dat je je vinger niet onnodig aan de trekker houdt. Houd je vinger langs de trekkerbeugel en verplaats je vinger pas naar de trekker op het moment dat je daadwerkelijk klaar bent om een schot af te laten gaan.

 

  1. Ken het wapen, vraag zo nodig uitleg.

Zorg ervoor dat je voordat je begint met schieten het wapen door en door kent. Zorg dat je duidelijk weet hoe de veilig laden en ontladen procedure met dit wapen wordt uitgevoerd, ken het mechanisme, de veiligheden en de mogelijke onveiligheden. Indien je nog nooit met een bepaald wapen geschoten hebt, of je niet meer zeker weet hoe het wapen werkt dan kun je dit altijd vragen aan een toezichthouder, iemand op het telbureau, of een ervaren medeschutter.

 

  1. Vertrouw niet op ingebouwde veiligheidsmiddelen.

In het wapen ingebouwde veiligheidsmiddelen (zoals een ‘veiligheidspal’) zullen vroeg of laat een keer weigeren. Ze veroorzaken dus een vals gevoel van veiligheid.

 

  1. Controleer de loop van het wapen voor het schieten.

Voor een veilige werking dient de loop van het wapen schoon, droog en vrij van obstructies te zijn. Bij de meeste wapens is de enige manier om dit te controleren het van voren in de loop van het wapen kijken. Dit is toegestaan, maar uiteraard alleen nadat je zelf gecontroleerd hebt of het wapen ongeladen is. Dit is de enige uitzondering op de ‘gulden regel’.

 

  1. Laat een wapen nooit onbeheerd achter.

Zorg er altijd voor dat er iemand toezicht houdt over jouw (verenigings-) wapen. Laat een wapen niet onbeheerd op het schietpunt achter, maar breng het naar het telbureau, of vraag een jou bekende medeschutter om even op het wapen te letten.

 

  1. Laad nooit meer dan 5 patronen in een verenigingswapen.

In een verenigingswapen laden we nooit meer dan 5 patronen.

 

  1. Sleutel niet aan verenigingswapens.

Het is niet toegestaan om te ‘sleutelen’ aan verenigingswapens. Ook het aanpassen van de richtmiddelen is niet toegestaan, de wapens zijn afgesteld voor de ‘gemiddelde’ schutter.

 

  1. Verenigingswapens = verenigings-munitie.

Het in absoluut niet toegestaan om bij verenigingswapens, andere dan op het telbureau gekochte munitie te gebruiken.

 

 

 

1.3 Veiligheid op de schietbaan

 

  1. Inschrijving Telbureau.

Het is niet toegestaan de baan te betreden zonder je eerst te melden op het telbureau. Je mag de baan pas betreden nadat je je hebt aangemeld bij het telbureau en je het schietregister/presentieregister getekend hebt en je in NSR ingeschreven bent

Hiervoor heeft men altijd nodig:

  • Geldig identiteitsbewijs
  • Geldige KNSA-pas
  • Schietboekje
  • Eventueel verlof behorende bij het eigen wapen

 

2. Het Commando:

  • Stop Stop Stop

Op een schietbaan moert een ieder die constateert dat de veiligheid in acute gevaar/acute noodsituatie komt (bv er zijn plotseling mensen op de baan)   verplicht “STOP, STOP, STOP”  roepen en elke schutter moet dit commando direct opvolgen.

Na het NOOD-commando “STOP, STOP, STOP” moeten alle schutters het vuren onmiddellijk staken en worden er geen handelingen meer verricht.  Het wapen wordt dus direct neergelegd en de schutter neemt 2 stappen afstand van het wapen. Iedereen moet wachten op vervolgcommando bv Veilig ontladen of er mag geladen en geschoten worden.

Het NOOD-commando kan door iedereen gegeven worden.

  • ‘Vast Vuren’.

Elke aanwezige op de schietbaan kan op elk gewenst moment het commando ‘Vast Vuren’ geven. Vast vuren vraag je in minder acute (nood-) situaties dan Stop Stop Stop.

Indien het commando ‘Vast Vuren’ klinkt is het belangrijk om direct te handelen:

  • Stop direct met schieten
  • Ontlaad het wapen volgens de veilig ontladen procedure
  • Leg het wapen voor je neer
  • Doe twee stappen naar achteren
  • Wacht op verdere instructies

Je mag te allen tijde zelf het commando ‘Vast Vuren’ geven als jou dat nodig lijkt, bijvoorbeeld als je een potentieel gevaarlijke situatie ziet. Indien er geen direct ingrijpen noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer je alleen afgeschoten hulzen van de baan wilt halen, dan is het gebruikelijk om de schutters hun serie af te laten maken en vervolgens in overleg het commando te geven. Op het moment dat je ‘zomaar’ ‘Vast Vuren’ roept zullen de overige schutters misschien denken dat er een gevaarlijke situatie is ontstaan.

Tijdens vast vuren op de 100-meter baan wordt ook direct het waarschuwingslicht in werking gezet door degene die vast vuren gegeven heeft.

 

  1. Schutters op de baan

Het is niet toegestaan wapens aan te raken op het moment dat er mensen op de baan zijn; dus tussen schietpunt en kogelvanger. Op sommige momenten zullen er zich mensen op de schietbaan zelf bevinden. Bijvoorbeeld om lege hulzen op te rapen of op de 100 meter baan de kaarten te wisselen. Op zo’n moment is het niet toegestaan om wapens aan te raken. Het kan gebeuren dat je met je wapen in de hand binnenkomt op het moment dat er mensen op de baan lopen. Het is dan niet toegestaan om op dat moment je wapen op het schietpunt neer te leggen. De mensen op de baan zien jou dan immers met een wapen in je hand waarvan de loop hun richting op wijst. In dat geval wacht je even voor de deur of leg je je wapen op een tafel tegen de achterwand met de loop in een veilige richting. Een geweer kun je eventueel tegen de muur zetten met de loop omhoog.

 

  1. Luister altijd naar de baancommandant/Toezichthouder.

Volg altijd direct de instructies van de baancommandant cq. toezichthouder op. Eventuele discussies mogen alleen buiten de baan gevoerd worden.

 

  1. Draag altijd gehoorbescherming en een veiligheidsbril.

Het dragen van gehoorbescherming op de banen is verplicht, behalve tijdens vast vuren. Het dragen van een veiligheidsbril is niet verplicht muv enige specifiekle mn dynamische disciplines, maar wordt wel zeer sterk aanbevolen. Er is altijd kans op rondvliegende metaaldeeltjes, hete hulzen, oliespatten of kruit-deeltjes.

 

  1. Laat de baan na gebruik netjes achter.

Laat geen rotzooi achter op de baan, gooi de lege hulzen in de juiste ton en laat het schietpunt netjes achter. Meldt eventuele veroorzaakte beschadigingen op het telbureau. Lever ongebruikte munitie en eventuele blindgangers in op het telbureau.

 

  1. Beoefen nooit zomaar ‘dynamische’ disciplines.

Indien je speciale disciplines wilt beoefenen, zoals militair pistool, of  DSR. Dan is dit alleen toegestaan onder begeleiding van een speciaal hiervoor aangestelde en opgeleide baancommandant/instructeur en op de hiervoor gereserveerde momenten.