CWM ; 3 fases m.b.t. wapengebruik en verlof


In de Circulaire wapens en munitie is een differentiatie in wapentypes opgenomen, al naar gelang de ‘ervaring’ van sportschutters. Deze differentiatie heeft niet slechts betrekking op wapens waarvoor een verlof mag worden afgegeven, maar ook voor het gebruik van verenigingswapens of wapens van medeschutters. De door de Minister aangegeven differentiatie kent drie fasen, hieronder nader toegelicht:

FASE 1:
Sportschutters die korter dan één (1) jaar volwaardig lid zijn een schietsportvereniging mogen de schietsport uitsluitend beoefenen met vuurwapens die geschikt zijn voor Olympische disciplines en sportschutters die na minimaal één (1) jaar een eerste verlof aanvragen, komen uitsluitend voor vuurwapens in aanmerking die geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines.

Deze wapens moeten dus geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines; die discipline behoeft niet per se beoefend te worden. Er kan dus ook verlof worden aangevraagd en disciplines kunnen worden beoefend, zoals Meesterkaart Licht, Klein Kaliber Geweer 12 meter, KKG 100 meter, Klein Kaliber Karabijn (enkelschots), Standaard Pistool, Meesterkaart KKP, Kleiduivenparcours, Sporting Skeet, Sporting Trap, enzovoorts.

Voorbeelden van wapens waarmee in dat eerste jaar de schietsport mag worden beoefend c.q. na afloop daarvan een verlof kan worden aangevraagd: alle kleinkaliber enkelschots geweren en karabijnen, zoals een Anschutz Match 54 .22LR, een grendelkarabijn CZ 454 SM .22LR, kleinkaliber-pistolen en -revolvers, zoals een Walther GSP .22, een Smith & Wesson model 617 .22LR, een Colt 1911 Colt cup .22LR, zolang bij pistolen en revolvers de maximaal toegestane looplengte van 153 mm maar niet wordt overschreden.

Voor geweren en karabijnen geldt dat zij niet semi-automatisch kunnen vuren. Meerschots  kleinkaliber-geweren en -karabijnen waarvan de patronen na elk schot worden aangevoerd uit een magazijn, zijn toegestaan, voor zover er geen sprake is van een zelfladende functie. Vanzelfsprekend dienen de wapens ook te voldoen aan de eisen van het Schiet- en wedstrijdreglement.
FASE 2:
Bij de eerste verlenging van een verlof, mag verlof worden aangevraagd niet alleen voor wapens die zijn toegelaten bij Olympische disciplines maar tevens voor wapens die zijn toegelaten binnen de disciplines van de International Shooting Sport Federation (ISSF) en de Historische-Wapensdisciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee (MLAIC).

Dat zijn dus grootkaliber-pistolen en –revolvers, met een maximum kaliber van 9 mm, zoals een Glock model 17, 19, 34, een CZ model 75B kaliber 9 mm Luger, een Tanfoglio Match kaliber 9 mm, een revolver Smith & Wesson model 686+ kaliber 38 Special, zolang de looplengte maar niet meer is dan 153 mm.

Voor grootkaliber-geweren geldt dat deze zijn toegestaan in enkelschots uitvoering, niet zijnde semi-automatisch. Meerschots geweren met magazijn zijn toegestaan, maar geen magazijnen met zelfladende functie. Dat zijn geweren zoals een Keppeler 300 meter standaard kaliber 6 mm of een Steyr safe bold stainless in het kaliber .308, enzovoorts.

Voor historische wapens geldt dat alle wapens die zijn toegestaan binnen de door de KNSA c.q. de MLAIC gereglementeerde disciplines, zijn toegestaan.

Voor de beoefening met verenigingswapens geldt dat na één jaar volwaardig lidmaatschap van de vereniging alle typen wapens mogen worden gebruikt, dus ook geweren in de semi-automatische uitvoering en wapens die passen binnen de door de KNSA gereglementeerde en erkende disciplines. Dit geldt alleen voor het gebruik van verenigingsvuurwapens binnen de vereniging. Voor het gebruik buiten de vereniging (bijvoorbeeld tijdens wedstrijden) geldt een strenger regime. Dat houdt in dat voor het gebruik buiten de vereniging, na één (1) jaar volwaardig lidmaatschap, uitsluitend vuurwapens mogen worden gebruikt die zijn toegelaten bij Olympische disciplines en de disciplines van de ISSF en de Historische-Wapensdisciplines van de MLAIC. Na twee (2) jaar volwaardig lidmaatschap mogen buiten de vereniging, alle andere verenigingswapens die bij fase 3 genoemd zijn, gebruikt worden.

FASE 3:
Bij de tweede verlenging van een verlof, is de aanvraag van een verlof toegestaan in alle andere overige door de KNSA gereglementeerde en/of erkende disciplines.

Dat betekent dat wapens in semi-automatische uitvoering voor de disciplines , Militair Geweer, Dynamic Service Rifle, NPSA Geweer & Pistool, Action Shooting, .30M1, zijn toegestaan wanneer deze voldoen aan de desbetreffende regelgeving.

Voor pistolen en revolvers betekent dit dat ook kalibers boven de 9 mm, zoals de .45 ACP, zijn toegestaan en ook militaire geweren in semi-automatische uitvoering en ook afgeleiden van militaire geweren in kleinkaliber-uitvoering zijn toegestaan.

Voor de disciplines die zijn erkend door de KNSA, van de APS en de NPSA, te weten Dynamic Service Rifle en NPSA Geweer & Pistool, zijn ook geweren toegestaan die gebruik maken van pistoolmunitie.

Al sinds enige tijd is door de KNSA op haar website gepubliceerd een overzicht van alle KNSA-gereglementeerde disciplines. In dat overzicht zijn de belangrijkste sporttechnische en wapentechnische eigenschappen opgenomen, zoals trekkerdruk, de kalibers, gewichten, afmetingen, enzovoorts. In datzelfde overzicht is nu ook gemerkt welke disciplines binnen welke fase zijn toegestaan. Klik hier voor het overzicht disciplines.