Informatie

Informatie

Algemene informatie

Onderstaand informatie over diverse onderwerpen

 

Statuten en regelementen

Huis en veiligheidsregels

Huisregels; een samenvatting.

  • In het clubhuis is het verboden om zonder toestemming van het bestuur wapens te onderhouden, te hanteren of te tonen.
  • In het clubhuis is het dragen van holsters (door bv. dynamische schutters) niet toegestaan.
  • Wapens worden op de baan uit het foedraal/de koffer gehaald en na afloop op de baan weer daarin terug geplaatst.
  • De voertaal op de baan is altijd het Nederlands. Alle schutters en gasten moeten uit veiligheidsoverweging het Nederlands goed beheersen; m.n. luisteren, lezen, spreken.
  • Iedereen houdt binnen het gebouw, zowel op de baan als elders in het clubhuis direct toezicht op het eigen wapen.
  • Het maken van foto of filmopnames in of rond het gebouw of op de baan, is zonder voorafgaande toestemming van het bestuur, verboden.
  • Het dragen van ‘militair tenue’ door niet militairen, wordt niet op prijs gesteld.

 

1.1 Algemene Veiligheidsregels uit: ‘Basiscursus Schietsport’, SSV Griffioen

 

  1. Behandel elk wapen ALTIJD alsof het geladen is.

Dit noemen wij de ‘gulden’ regel, de meeste andere regels houden direct verband met deze regel. Indien iedereen zich strikt aan deze regel houdt is de kans op ongelukken zeer klein.

 

  1. Houd of leg de loop van het wapen ALTIJD in een veilige richting.

Zelfs als we zeker weten dat een wapen leeg is letten we er op dat de loop altijd in een veilige richting wijst. Dit geldt bijvoorbeeld ook als we ons met het wapen naar de schietbaan verplaatsen, of het wapen tijdelijk ergens neerleggen.

 

  1. Het met een vuurwapen wijzen naar of richten op iemand

Dit is volstrekt ontoelaatbaar. Dit is levensgevaarlijk en daardoor volstrekt ontoelaatbaar, mocht dit ooit geconstateerd worden dan wordt er direct ingegrepen en volgt hoogstwaarschijnlijk een royement.

 

  1. Voor (en tijdens) het schieten is het gebruik van alcohol niet toegestaan.

Alcohol en de schietsport gaan niet samen, vandaar dat alcoholgebruik voor of tijdens het schieten uit den boze is. Dit geldt ook voor het gebruik van de rijvaardigheid beïnvloedende medicijnen en uiteraard ook voor het gebruik van verdovende middelen. Na afloop van het schieten is alcoholgebruik in het clubhuis, met mate toegestaan. Let er wel op dat rijden onder invloed (en andere zware overtredingen) vergaande consequenties kan hebben voor sportschutters. De afdeling bijzondere wetten van de politie zal dan een eventueel verlof intrekken en de KNSA hierover berichten. Vervolgens trekt de KNSA de schietsport licentie in, waarna een lidmaatschap van een schietvereniging niet meer mogelijk is.

 

  1. Hygiëne.

Was na je schietbeurt goed je handen; lood en kruitslijmresten bevatten o.a. zware metalen die je liever niet binnen krijgt.

 

  1. Neem geen wapens, wapenonderdelen of munitie mee naar huis.

Het is voor niet verlofhouders, niet toegestaan om wapens, wapenonderdelen, munitie of munitieonderdelen mee naar huis te nemen. Het bezit van deze zaken door niet bevoegden is een misdrijf volgens de Nederlandse wetgeving. Eventuele blindgangers of ongebruikte munitie moeten dan ook na het schieten ingeleverd worden bij het telbureau.

De enige uitzondering betreft afgeschoten hulzen, maar dan alleen indien ‘kennelijk onderdeel van een verzameling’. Het is dus toegestaan om een gering aantal afgeschoten hulzen mee naar huis te nemen, maar alleen voor verzameldoeleinden.

 

DE GULDEN REGEL

Behandel elk wapen ALTIJD alsof het GELADEN is.

Het meest onveilige wapen is het zogenaamde ‘ongeladen’ wapen.

In de Verenigde Staten vallen jaarlijks meerdere doden en gewonden door ongelukken bij het hanteren of schoonmaken van ‘ongeladen’ vuurwapens.

Vertrouw daarom NIEMAND, ook je eigen geheugen niet! Controleer ALTIJD zelf of het wapen ongeladen is voordat je het wapen überhaupt aanraakt. En zelfs dan behandel je elk wapen ALTIJD alsof het GELADEN is.

 

1.2 Veiligheid bij het hanteren van vuurwapens

 

  1. Zorg ervoor dat het wapen altijd zichtbaar ontladen is.

Het wapen dient altijd zichtbaar ontladen te zijn, dat houdt in dat iedereen vanaf een afstand kan zien dat het wapen niet geladen is. De afsluiter, grendel, of cilinder is open

  • Er is geen patroon aanwezig in de kamer
  • De patroonhouder (magazijn) is niet in het wapen aanwezig
  • Er bevinden zich geen patronen in de patroonhouder
  • Gebruik waar mogelijk een kamervlag

Dit moet altijd het geval zijn, of je je nu verplaatst met het wapen, het wapen ergens ligt, je het wapen vervoert, je het wapen overgeeft of aanpakt etc. De enige uitzondering is natuurlijk op het moment dat je daadwerkelijk met het wapen aan het schieten bent. Na het laatste schot volg je direct de veilig ontladen procedure en leg je het wapen pas neer zodra het zichtbaar ontladen is.

Pak dus nooit een wapen aan van iemand als het magazijn er in zit, of de afsluiter/grendel/cilinder dicht is. Vraag altijd eerst of diegene het wapen wil ontladen en zichtbaar ontladen wil aanbieden.

 

  1. Raak de trekker niet onnodig aan.

Als je een wapen hanteert dan zorg je er altijd voor dat je je vinger niet onnodig aan de trekker houdt. Houd je vinger langs de trekkerbeugel en verplaats je vinger pas naar de trekker op het moment dat je daadwerkelijk klaar bent om een schot af te laten gaan.

 

  1. Ken het wapen, vraag zo nodig uitleg.

Zorg ervoor dat je voordat je begint met schieten het wapen door en door kent. Zorg dat je duidelijk weet hoe de veilig laden en ontladen procedure met dit wapen wordt uitgevoerd, ken het mechanisme, de veiligheden en de mogelijke onveiligheden. Indien je nog nooit met een bepaald wapen geschoten hebt, of je niet meer zeker weet hoe het wapen werkt dan kun je dit altijd vragen aan een toezichthouder, iemand op het telbureau, of een ervaren medeschutter.

 

  1. Vertrouw niet op ingebouwde veiligheidsmiddelen.

In het wapen ingebouwde veiligheidsmiddelen (zoals een ‘veiligheidspal’) zullen vroeg of laat een keer weigeren. Ze veroorzaken dus een vals gevoel van veiligheid.

 

  1. Controleer de loop van het wapen voor het schieten.

Voor een veilige werking dient de loop van het wapen schoon, droog en vrij van obstructies te zijn. Bij de meeste wapens is de enige manier om dit te controleren het van voren in de loop van het wapen kijken. Dit is toegestaan, maar uiteraard alleen nadat je zelf gecontroleerd hebt of het wapen ongeladen is. Dit is de enige uitzondering op de ‘gulden regel’.

 

  1. Laat een wapen nooit onbeheerd achter.

Zorg er altijd voor dat er iemand toezicht houdt over jouw (verenigings-) wapen. Laat een wapen niet onbeheerd op het schietpunt achter, maar breng het naar het telbureau, of vraag een jou bekende medeschutter om even op het wapen te letten.

 

  1. Laad nooit meer dan 5 patronen in een verenigingswapen.

In een verenigingswapen laden we nooit meer dan 5 patronen.

 

  1. Sleutel niet aan verenigingswapens.

Het is niet toegestaan om te ‘sleutelen’ aan verenigingswapens. Ook het aanpassen van de richtmiddelen is niet toegestaan, de wapens zijn afgesteld voor de ‘gemiddelde’ schutter.

 

  1. Verenigingswapens = verenigings-munitie.

Het in absoluut niet toegestaan om bij verenigingswapens, andere dan op het telbureau gekochte munitie te gebruiken.

 

 

 

1.3 Veiligheid op de schietbaan

 

  1. Inschrijving Telbureau.

Het is niet toegestaan de baan te betreden zonder je eerst te melden op het telbureau. Je mag de baan pas betreden nadat je je hebt aangemeld bij het telbureau en je het schietregister/presentieregister getekend hebt en je in NSR ingeschreven bent

Hiervoor heeft men altijd nodig:

  • Geldig identiteitsbewijs
  • Geldige KNSA-pas
  • Schietboekje
  • Eventueel verlof behorende bij het eigen wapen

2. Het Commando:

  • Stop Stop Stop

Op een schietbaan moert een ieder die constateert dat de veiligheid in acute gevaar/acute noodsituatie komt (bv er zijn plotseling mensen op de baan)   verplicht “STOP, STOP, STOP”  roepen en elke schutter moet dit commando direct opvolgen.

Na het NOOD-commando “STOP, STOP, STOP” moeten alle schutters het vuren onmiddellijk staken en worden er geen handelingen meer verricht.  Het wapen wordt dus direct neergelegd en de schutter neemt 2 stappen afstand van het wapen. Iedereen moet wachten op vervolgcommando bv Veilig ontladen of er mag geladen en geschoten worden.

Het NOOD-commando kan door iedereen gegeven worden.

  • ‘Vast Vuren’.

Elke aanwezige op de schietbaan kan op elk gewenst moment het commando ‘Vast Vuren’ geven. Vast vuren vraag je in minder acute (nood-) situaties dan Stop Stop Stop.

Indien het commando ‘Vast Vuren’ klinkt is het belangrijk om direct te handelen:

  • Stop direct met schieten
  • Ontlaad het wapen volgens de veilig ontladen procedure
  • Leg het wapen voor je neer
  • Doe twee stappen naar achteren
  • Wacht op verdere instructies

Je mag te allen tijde zelf het commando ‘Vast Vuren’ geven als jou dat nodig lijkt, bijvoorbeeld als je een potentieel gevaarlijke situatie ziet. Indien er geen direct ingrijpen noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer je alleen afgeschoten hulzen van de baan wilt halen, dan is het gebruikelijk om de schutters hun serie af te laten maken en vervolgens in overleg het commando te geven. Op het moment dat je ‘zomaar’ ‘Vast Vuren’ roept zullen de overige schutters misschien denken dat er een gevaarlijke situatie is ontstaan.

Tijdens vast vuren op de 100-meter baan wordt ook direct het waarschuwingslicht in werking gezet door degene die vast vuren gegeven heeft.

 

  1. Schutters op de baan

Het is niet toegestaan wapens aan te raken op het moment dat er mensen op de baan zijn; dus tussen schietpunt en kogelvanger. Op sommige momenten zullen er zich mensen op de schietbaan zelf bevinden. Bijvoorbeeld om lege hulzen op te rapen of op de 100 meter baan de kaarten te wisselen. Op zo’n moment is het niet toegestaan om wapens aan te raken. Het kan gebeuren dat je met je wapen in de hand binnenkomt op het moment dat er mensen op de baan lopen. Het is dan niet toegestaan om op dat moment je wapen op het schietpunt neer te leggen. De mensen op de baan zien jou dan immers met een wapen in je hand waarvan de loop hun richting op wijst. In dat geval wacht je even voor de deur of leg je je wapen op een tafel tegen de achterwand met de loop in een veilige richting. Een geweer kun je eventueel tegen de muur zetten met de loop omhoog.

 

  1. Luister altijd naar de baancommandant/Toezichthouder.

Volg altijd direct de instructies van de baancommandant cq. toezichthouder op. Eventuele discussies mogen alleen buiten de baan gevoerd worden.

 

  1. Draag altijd gehoorbescherming en een veiligheidsbril.

Het dragen van gehoorbescherming op de banen is verplicht, behalve tijdens vast vuren. Het dragen van een veiligheidsbril is niet verplicht muv enige specifiekle mn dynamische disciplines, maar wordt wel zeer sterk aanbevolen. Er is altijd kans op rondvliegende metaaldeeltjes, hete hulzen, oliespatten of kruit-deeltjes.

 

  1. Laat de baan na gebruik netjes achter.

Laat geen rotzooi achter op de baan, gooi de lege hulzen in de juiste ton en laat het schietpunt netjes achter. Meldt eventuele veroorzaakte beschadigingen op het telbureau. Lever ongebruikte munitie en eventuele blindgangers in op het telbureau.

 

  1. Beoefen nooit zomaar ‘dynamische’ disciplines.

Indien je speciale disciplines wilt beoefenen, zoals militair pistool, of  DSR. Dan is dit alleen toegestaan onder begeleiding van een speciaal hiervoor aangestelde en opgeleide baancommandant/instructeur en op de hiervoor gereserveerde momenten.

Statuten
Statuten Schietsportvereniging Griffioen

Goedgekeurd  op ALV d.d. 17 mei 2010
Notarieel vastgesteld d.d. 26 november 2010

NAAM EN ZETEL

Artikel 1

  • De Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is genaamd Schietsportvereniging Griffioen” en wordt in de statuten en reglementen nader aangeduid als: de Vereniging.
    De Vereniging heeft haar zetel in Amersfoort.

 

DUUR

Artikel 2

De Vereniging is op 21 november 1977 opgericht voor onbepaalde tijd.

DOEL

Artikel 3

3.1       De Vereniging heeft tot doel:
Het onder naleving van alle daartoe beschikbare wettelijke middelen beoefenen en bevorderen van de schietsport in de meest ruime zin van het woord.

3.2       De Vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

  1. Het verkrijgen van een accommodatie ter beoefening van het Sportschieten in de meest ruime zin van het woord;
  2. het oprichten van een zelfstandige stichting die wordt belast met het exploiteren en beheren van de Verenigingsaccommodatie;
  3. het bevorderen van het inzicht en kennis van het Sportschieten;
  4. het behartigen van de belangen van de leden in de meest algemene zin, met inachtneming van de terzake geldende wetten en voorschriften;
  5. het verkrijgen van het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie, welke sportbond in de statuten en reglementen van de Vereniging nader wordt aangeduid als de ‘KNSA’;
  6. het verkrijgen van het lidmaatschap van enige andere door de Minister van Justitie erkende landelijke dan wel internationale schietsport organisatie of koepel;
  7. het doen deelnemen aan wedstrijden en evenementen die door of onder auspiciën van de KNSA of anderen worden georganiseerd;
  8. het organiseren van schietwedstrijden en andere schietsportevenementen.

 

 

ORGANISATIE

Artikel 4

4.1       De Vereniging kent een bestuur dat verantwoording verschuldigd is aan de algemene vergadering.

4.2       De algemene vergadering bestaat uit alle stemgerechtigde leden van de Vereniging.

4.3       Organen van de Vereniging zijn het bestuur en de algemene vergadering, evenals die personen en commissies die op grond van de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend.

4.4       Alle officiële mededelingen van organen van de Vereniging worden bekend gemaakt in de officiële mededelingen van de Vereniging.

LIDMAATSCHAP

Artikel 5

5.1       De Vereniging kent gewone leden, juniorleden, aspirant-leden, buitengewone leden, ereleden en bestuursleden.

5.2       De algemene vergadering is bevoegd leden in categorieën onder te verdelen en voor elke categorie afwijkende rechten en verplichtingen vaststellen.

5.3       Waar in deze statuten wordt gesproken van leden of lid, wordt daar onder verstaan de gewone leden, tenzij het tegendeel blijkt.

5.4       Gewone leden zijn zij, die als zodanig zijn toegelaten in overeenstemming met het in artikel 6 bepaalde.

5.5       Aspirant-leden zijn zij, die als zodanig schriftelijk te kennen hebben gegeven tot het lidmaatschap van de Vereniging te worden toegelaten, voor de duur dat over de toelating tot de Vereniging nog niet is beslist.

5.6       Buitengewone leden zijn zij, die als zodanig niet zijn toegelaten in overeenstemming met het in artikel 6 bepaalde, doch in het kader van de doelstelling van de Vereniging, door de Algemene Vergadering zijn benoemd.

5.7       Ereleden zijn zij, die wegens hun buitengewone verdiensten tegenover de Vereniging, door de Algemene Vergadering als zodanig zijn benoemd.

5.8       Het bestuur kan een tijdelijke ledenstop instellen indien het aantal leden naar oordeel van het bestuur te groot is geworden. De Algemene Vergadering beslist over de uiteindelijke duur van de ledenstop

5.9       Het bestuur draagt er zorg voor dat degene die als lid tot de Vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de KNSA.

 

 

 

 

Artikel 6

6.1       Tot de Vereniging kunnen worden toegelaten meerderjarige natuurlijke personen die instemmen met het doel van de Vereniging, zijnde gewone leden.

6.2       Tot de Vereniging kunnen worden toegelaten minderjarige natuurlijke personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt en instemmen met het doel van de Vereniging, zijnde juniorleden.

6.3       Het lidmaatschap, kan worden verkregen na schriftelijke aanvraag bij het Bestuur. Binnen een bij huishoudelijk reglement vast te stellen voorwaarden en termijn wordt door het Bestuur over de toelating beslist.
Deze beslissing wordt schriftelijk aan de verzoeker meegedeeld. In het geval dat het Bestuur afwijzend beslist, staat de verzoeker tot uiterlijk één maand na ontvangst van bedoelde beslissing beroep bij de Commissie van Beroep.

6.4       Het verzoek tot toelating tot het lidmaatschap van de Vereniging houdt tevens een verzoek in tot toelating tot de KNSA en/of andere landelijke door de Minister erkende koepel. Indien de betrokkene als lid van de Vereniging is toegelaten, is de betrokkene tevens toegelaten als schutter van de KNSA, tenzij het bestuur van de KNSA toelating tot het lidmaatschap van de KNSA weigert binnen een maand na het verzoek tot toelating tot het lidmaatschap van de Vereniging. In dat geval is de Vereniging gehouden het lidmaatschap met onmiddellijke ingang door opzegging te beëindigen.

6.5       Buitengewone leden, ereleden, leden van verdiensten en bestuursleden worden op voorstel van het Bestuur door de Algemene Vergadering benoemd.

6.6       Het Bestuur houdt een register, waarin de namen en adressen van alle leden en aspirant-leden, buitengewone leden, ereleden en bestuursleden zijn opgenomen.

6.7       Het verkrijgen van het lidmaatschap van de Vereniging is alleen mogelijk als de aanvrager schriftelijk heeft verklaard de Statuten, de Reglementen en alle overige regels en besluiten van de Vereniging te zullen naleven. Deze verklaring maakt deel uit van de aanmeldingsformulieren zoals deze in het Huishoudelijk Reglement zijn vastgelegd.

EINDE VAN LIDMAATSCHAP

Artikel 7

  • Het lidmaatschap eindigt door:
  1. overlijden van het lid / Opzegging door het lid;
  2. opzegging namens de Vereniging. De opzegging geschiedt door het bestuur. Deze kan geschieden wanneer het lid heeft opgehouden aan de vereisten die voor het lidmaatschap door de Statuten en of het huishoudelijk reglement zijn gesteld, te voldoen, wanneer het lid zijn verplichtingen tegenover de Vereniging niet nakomt, alsook redelijkerwijs van de Vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
  3. voorts kan het lidmaatschap van een lid van de Vereniging met onmiddellijke ingang door het bestuur worden opgezegd indien de schutterslicentie door de KNSA op redelijke gronden – zulks ter beoordeling van het bestuur – is ingetrokken;
  4. tegen dit besluit is geen beroep mogelijk. Blijkt dat het intrekken van de schutterslicentie door de KNSA ten onrechte is, dan kan het bestuur de opzegging als bedoeld in artikel 7.1.c ongedaan maken;
  5. Deze kan alleen worden uitgesproken door het bestuur wanneer een lid in ernstige mate in strijd met de Statuten, Reglementen of besluiten van de Vereniging handelt, of de Vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
  6. beroep tegen dit besluit van het bestuur is mogelijk bij de Commissie van Beroep (hierna te duiden als: CvB). Deze toetst de rechtsgeldigheid van het bestuursbesluit en brengt verslag uit aan het bestuur;
  7. het bestuur zal handelen naar het advies van de CvB.

7.2       Opzegging door het lid is slechts mogelijk door schriftelijke mededeling aan de Secretaris van het Bestuur, met een opzegtermijn van tenminste vier weken voor het einde van het verenigingsjaar.

Een lid kan voorts het lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat:

 

  1. hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de Vereniging in een andere rechtsvorm, dan wel tot fusie of splitsing van de Vereniging;
  2. hem een besluit is bekend geworden of meegedeeld waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, in welk geval het besluit door zijn opzegging niet op hem van toepassing is.

7.3       Het lidmaatschap kan niet met onmiddellijke ingang worden opgezegd wanneer het een wijziging van rechten en verplichtingen betreft die nauwkeurig zijn omschreven of wanneer een verplichting van geldelijke aard wordt gewijzigd.
In andere gevallen kan een lid het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang door opzegging beëindigen, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

 

7.4       Het besluit tot royement wordt het lid zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen, schriftelijk medegedeeld.
Het lid kan binnen een maand na ontvangst van die mededeling in beroep gaan bij de Commissie van Beroep.

Geen beroep is mogelijk indien het royement is uitgesproken op grond van een KNSA besluit tot het beëindigen van de status van schutter en de daarop volgende intrekking van de schutterslicentie.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

Tijdens zijn schorsing is het lid gehouden zijn verplichtingen na te komen en worden zijn rechten opgeschort.
De uitspraak van de Commissie van Beroep is voor beide partijen bindend.

7.5      Een beëindiging van het lidmaatschap van de Vereniging door opzegging of royement, leidt tevens tot beëindiging van het lidmaatschap van de KNSA indien sprake is van hoofdlidmaatschap.

7.6       Wanneer het lidmaatschap in de loop van een Verenigingsjaar eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het gehele jaar verschuldigd.

7.7.      Schorsing van het lidmaatschap wordt nader geregeld in het huishoudelijke reglement.

 

BESTUUR, SAMENSTELLING, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 8

8.1       Het Bestuur bestaat uit tenminste vijf en ten hoogste negen leden die benoemd worden door Algemene Vergadering voor een periode van drie jaren. Voor de eerste maal geschiedt benoeming echter voor de duur als bepaald in het in het Huishoudelijk Reglement vast te stellen rooster van aftreden.

8.2       Indien deze persoon deel uit maakt van het dagelijks bestuur van de Vereniging kan deze geen bestuurslid zijn van een andere gebruiker van de schietsportaccommodatie “Schietbaan Nieuwland” te Amersfoort.

8.3       Bestuursleden worden door de Algemene Vergadering benoemd uit meerderjarige natuurlijke personen die lid zijn van de Vereniging.

8.4       Op voorstel van het Bestuur kan de Algemene Vergadering besluiten een toegevoegd Secretaris te benoemen, die niet voldoet aan de in het tweede lid van dit artikel omschreven eis en geen stemrecht heeft in de bestuursvergaderingen.

De algemene Vergadering kan aan deze toegevoegde secretaris een vergoeding toekennen.

8.5       Op voorstel van het Bestuur zal de Algemene Vergadering besluiten ten minste één bestuurslid  te benoemen die zitting neemt in het bestuur van de in artikel 3.1.b genoemde stichting.

8.6       Op voorstel van het Bestuur  van de Stichting Schietbaan Nieuwland wordt uit hun midden ten minste één persoon lid van het  Bestuur van de SSV Griffioen.

8.7       De in de artikelen 8.4 en 8.5 genoemde functies kunnen desgewenst  door één persoon vervuld worden.

8.8       De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in derde lid van dit artikel.

  1. Tot het opmaken van een bindende voordracht zijn zowel het Bestuur als tenminste tien procent van de stemgerechtigde leden bevoegd. De voordracht van het Bestuur wordt bij de oproeping voor de Vergadering meegedeeld.
  2. Een voordracht door ten minste tien procent van de stemgerechtigde leden moet uiterlijk zeven werkdagen voor de aanvang van de Vergadering schriftelijk bij de Secretaris van het Bestuur worden ingediend, waarbij een verklaring van de desbetreffende kandidaat dient te worden overlegd waaruit blijkt dat hij een eventuele benoeming zal aanvaarden.

8.9       Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een besluit van de Algemene Vergadering, genomen met tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.

8.10     Is geen voordracht opgemaakt of besluit de Algemene Vergadering in overeenstemming met het voorgaande lid voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de Algemene Vergadering vrij in de keus.

8.11     Indien er meer dan één voordracht is opgemaakt, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

8.12     Een bestuurslid kan voor de duur van maximaal drie termijnen (negen jaren) worden gekozen dan wel benoemd.

Artikel 9

9.1       De Voorzitter wordt door de Algemene Vergadering in functie benoemd, de overige functies in het bestuur worden onderling door het Bestuur verdeeld, waaronder in ieder geval de Secretaris, de Penningmeester, hun plaatsvervangers en de plaatsvervanger van de Voorzitter.

9.2       Het Bestuur kiest uit zijn midden een Dagelijks Bestuur tenminste bestaande uit Voorzitter, de Secretaris en de Penningmeester.

9.3       Voor zover dat niet in de Statuten dan wel elders is geregeld, voorziet het Bestuur binnen eigen kring in een tijdelijke vervanging van een bestuur- of commissielid met een gekwalificeerde functionaris.

9.4       De in het vorige lid genoemde tijdelijke vervanging is onderworpen aan de nadere goedkeuring van het bestuurscollege, dan wel indien het een bestuurslid betreft aan de Algemene Vergadering.

9.5       Indien in het Bestuur of enige commissie van de Vereniging tussentijds een vacature ontstaat, wordt in de vervulling van deze vacature voorzien in de eerstvolgende vergadering van het tot verkiezing of benoeming van het bestuur- of commissielid gerechtigde college.

Artikel 10

10.1     Het Bestuur is belast met het besturen van de Vereniging.

10.2     Van het verhandelde in bestuursvergaderingen worden door de Secretaris notulen opgemaakt, die, na goedkeuring door het Bestuur, door de Voorzitter en de Secretaris worden vastgesteld en ondertekend.

10.3     In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de Voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van besluit niet beslissend.

10.4     Bij Huishoudelijk Reglement kunnen nadere regels aangaande de taakverdeling onder de bestuursleden, alsmede aangaande de vergaderingen van- en de besluitvorming door het Bestuur worden vastgesteld.

10.5     Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald blijft het Bestuur een bevoegd college tot na afloop van de eerst volgende Algemene Vergadering.

10.6     Het Bestuur is, mits met goedkeuring van de Algemene Vergadering, verkregen met dezelfde meerderheid van stemmen als bedoeld in artikel 19, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten, waarbij de Vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheid voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

10.7     Het Bestuur behoeft dezelfde goedkeuring van de Algemene Vergadering, als bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor besluiten tot het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen, het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de Vereniging een bankkrediet wordt verleend, het ter leen verstrekken van gelden, het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet begrepen het gebruik maken van een aan de Vereniging verleend bankkrediet, het aangaan van dadingen, het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van al die maatregelen, die geen uitstel kunnen gedogen. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

10.8     De Vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de Voorzitter en de Secretaris dan wel bij ontstentenis door hun plaatsvervangers, samen, dan wel door het voltallige bestuur.

10.9     Het Bestuur is verplicht de Vereniging te doen inschrijven in het betreffende openbaar register, gehouden ten kantore van de Kamer van Koophandel, binnen welker gebied de Vereniging haar woonplaats (vestigingsadres) heeft.

10.10   Het bestuur draagt er steeds zorg voor, dat benoeming of ontslag van diegenen, aan wie volgens de Statuten vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, wijziging de Statuten en ontbinding de Vereniging in het in lid 1 van dit artikel bedoelde register wordt ingeschreven.

10.11   De inschrijvingen geschieden door middel van de door de Kamer van Koophandel ter beschikking gestelde formulieren onder overlegging van de overeenkomstig de Wet vereiste bescheiden.

 

 

Artikel 11

11.1     Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt door bedanken, aftreden volgens rooster, beëindiging van het lidmaatschap van de Vereniging, onder curatelenstelling, langdurige opname in een ziekenhuis, overlijden of ontslag overeenkomstig het in het tweede lid van dit artikel bepaalde.

11.2     Het bestuur benoemt uit haar midden conform het gestelde in artikel 8.5 ten minste één persoon die zitting heeft in het bestuur van de Stichting Schietbaan  Nieuwland die primair de belangen van de Vereniging behartigt en coördineert.

11.3     Een bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.

Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

11.4     De bestuursleden treden af volgens een daartoe door het Bestuur op te maken rooster.

De aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar. Een in een tussentijdse vacature benoemd bestuurslid neemt op het rooster van de afgetredene de plaats van zijn voorganger in.

11.5     Het bestuur kan bij gebleken onbekwaamheid van deze persoon, dan wel als blijkt dat deze handelt in strijd met de belangen van de Vereniging, uit deze uit zijn functie ontzetten.

11.6     Het bestuur benoemt in dat geval binnen een termijn van 30 dagen een ander bestuurslid in de vrijgekomen functie.

11.7     Het bestuur dient deze wisseling aan de leden kenbaar te maken terwijl in de eerstvolgende ledenvergadering deze persoon conform het gestelde in artikel 8.5 in functie dient te worden bevestigd.

COMMISSIES

Artikel 12

12.1     Het Bestuur kan commissies instellen.

12.2     Het Bestuur draagt er zorg voor dat de ledenvergadering een commissie van Beroep instelt.

12.3     Het Bestuur draagt er zorg voor dat de ledenvergadering een commissie van Toelating instelt.

12.4     Taak, bevoegdheden en zittingsduur van de commissies worden omschreven in het Huishoudelijk Reglement of bij de instelling van de commissie.

12.5     Commissies leggen verantwoording af aan het college waardoor dit is ingesteld dan wel benoemd.

12.6     In tussentijdse vacatures van een commissie wordt – onder nadere goedkeuring van het college dat deze heeft ingesteld – zo snel als mogelijk voorzien.

GELDMIDDELEN

Artikel 13

13.1     De geldmiddelen van de Vereniging bestaan uit:

  1. Jaarlijkse bijdragen van de stemgerechtigde leden;
  2. Bijzondere bijdragen waartoe de Algemene Vergadering besluit;
  3. Hetgeen uit schenking, legaat, erfstelling of subsidie wordt verkregen; erfstellingen kunnen door het bestuur slechts onder voorrecht van boedelbeschrijvingen worden aanvaard;
  4. Alle andere wettige baten.

13.2     De jaarlijkse bijdragen wordt elk jaar door de Algemene Vergadering vastgesteld.

13.3     Ereleden van de Vereniging zijn vrijgesteld van de betaling van de onder 13.1.a genoemde jaarlijkse bijdrage.

 

BOEKJAAR, JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 14

14.1     Het boekjaar van de Vereniging loopt van één januari tot en met eenendertig december en is gelijk aan het Verenigingsjaar.

14.2     Het Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

14.3     Het Bestuur brengt binnen vier maanden na afloop van het boekjaar aan de Algemene Vergadering zijn jaarverslag uit en legt, onder overlegging van een balans en staat van baten en lasten, rekening en verantwoording af over zijn in het afgelopen Verenigingsjaar gevoerd bestuur.

14.4     De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een Kascontrolecommissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het Bestuur.

Deze Commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het Bestuur en brengt aan de Algemene Vergadering verslag van haar bevindingen uit.

14.5     Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de Commissie van onderzoek zich door een deskundige laten bijstaan.

Het Bestuur is verplicht aan de Commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden van de Vereniging te geven.

14.6     De volmacht aan de Commissie kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere Commissie.

14.7     Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, gedurende tien jaar te bewaren.

ALGEMENE VERGADERINGEN

Artikel 15

15.1     Aan de Algemene Vergadering komen in de Vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de Wet of Statuten aan het Bestuur zijn opgedragen.

15.2     Jaarlijks, uiterlijk vier maanden na afloop van het Verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de Algemene Vergadering, wordt een Algemene Vergadering – de Jaarvergadering- gehouden.

In de Jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

  1. de notulen van de laatste Algemene of Bijzondere vergadering;
  2. het jaarverslag van het Bestuur over het afgelopen Verenigingsjaar;
  3. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14 met het verslag van de aldaar bedoelde Commissie;
  4. de benoeming van de in artikel 14 genoemde Commissie voor het volgende Verenigingsjaar;
  5. de begroting voor het komende Verenigingsjaar;
  6. de contributie voor het komende Verenigingsjaar;
  7. de hoogte van het eenmalige entreegeld voor nieuwe leden;
  8. bestuursverkiezing en/of voorziening in de vacatures in het Bestuur;
  9. voorstellen van het Bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.

15.3     De begroting voor het komende Verenigingsjaar wordt vastgesteld in een Algemene Vergadering, die gehouden wordt voorafgaande aan het bedoelde Verenigingsjaar.

15.4     Verdere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het Bestuur zulks wenselijk oordeelt.

15.5     Voorts is het Bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een Algemene Vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig het bepaalde in lid 5 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de Vereniging is gevestigd landelijk dagblad en kunnen zodanig zelf in de leiding van de vergadering voorzien.

15.6     Algemene Vergaderingen worden schriftelijk bijeengeroepen door de Secretaris van het Bestuur met inachtneming van een termijn van tenminste drie weken, de dag van de oproeping en van de vergadering niet meegerekend.
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.

TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 16

16.1     Toegang tot de Algemene Vergadering hebben alle gewone leden en aspirant-leden, buitengewone leden en ereleden van de Vereniging.

16.2     Geen toegang hebben geschorste leden.

16.3     Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het Bestuur.

16.4     Ieder meerderjarig lid van de Vereniging, dat niet geschorst is, heeft één stem. Aspirant leden en buitengewone leden en de toegevoegd Secretaris hebben geen stemrecht.

16.5     Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen. Een lid kan slechts voor één ander lid een stemvolmacht ontvangen.

 

BESLUITVORMING IN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 17

17.1     Stemmen kunnen zowel schriftelijk als mondeling geschieden.

Over personen kan slechts schriftelijk worden gestemd met ongetekende stembriefjes.

17.2     Bij enkelvoudige kandidaatstelling kan – indien geen van de aanwezige stemgerechtigde leden zich daar tegen verzet – de Vergadering besluiten de kandidaat bij acclamatie aan te nemen.

17.3     Schriftelijke stemming heeft overigens plaats wanneer de Voorzitter of één of meer van de aanwezige leden dit verlangt.

17.4     Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk tenzij de meerderheid van de aanwezige leden hoofdelijke stemming verlangt.

17.5     Indien in de Algemene Vergadering of enige andere Vergadering van de Vereniging schriftelijk dient te worden gestemd, wordt ter vergadering door drie leden – daartoe door de Voorzitter aangezocht – op basis van vrijwilligheid een stembureau gevormd.

17.6     Het stembureau is belast met de controle op de geldigheid van de stembriefjes, het tellen van de stemmen en het mededelen van de uitslag aan de Voorzitter.
De stembriefjes worden daarna aan de Secretaris overhandigd, die deze in een afgesloten en verzegelde enveloppe bewaart totdat de notulen in een volgende vergadering zijn goedgekeurd.

17.7     Indien bij stemming over zaken de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

17.8     Indien bij stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen, die de meeste stemmen op zich verenigden. Behalen meer dan twee personen de meeste stemmen, dan worden deze allen in de herstemming betrokken.
Indien bij herstemming wederom niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, dan wordt diegene, die het hoogste aantal stemmen op zich verenigde, geacht te zijn gekozen. Is het hoogste aantal stemmen door meer dan één persoon gehaald, dan beslist het lot wie van deze laatsten gekozen is.

17.9     Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de Voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

17.10   Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het achtste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, één stemgerechtigde aanwezige dit verlangd.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

Artikel 18

18.1     Een eenstemmig besluit van alle stemgerechtigde leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het Bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de Algemene Vergadering.

18.2     Zolang in een Algemene Vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding ook al heeft geen oproeping plaats gehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

STATUTENWIJZIGING< ONTBINDING

Artikel 19

19.1     Tot wijziging de Statuten of ontbinding van de Vereniging kan slechts worden besloten in een Algemene Vergadering.

In deze vergadering dient tenminste twee/derde deel van de leden aanwezig of vertegenwoordigd te zijn.

Het voorstel tot wijziging de Statuten of ontbinding van de Vereniging dient te worden aangenomen met twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien het vereiste aantal niet op de Vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, zal binnen één maand, doch niet eerder dan twee weken, een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden tot wijziging van de statuten of ontbinding de Vereniging kan worden besloten, mits met tenminste drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen.

19.2     Een voorstel tot wijziging van de Statuten of ontbinding van de Vereniging dient tenminste drie weken voor de Vergadering ter kennis van de leden te worden gebracht.

Ingeval van Statutenwijziging dient de oproep vergezeld te gaan van de volledige tekst van de voorgestelde wijziging.

19.3     Een statutenwijziging dient te worden vastgesteld bij notariële akte.

19.4     Het Bestuur is tot het aangaan van verplichtingen, als genoemd in artikel 10 de leden zes en zeven, gemachtigd na verkregen toestemming van de Algemene Vergadering met tenminste drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen.

Een voorstel als hiervoor bedoelt, dient tenminste drie weken voor de vergadering ter kennis van alle leden te worden gebracht.

19.5     Ingeval van ontbinding van de Vereniging geschiedt de vereffening door het bestuur.

19.6     Een eventueel batig liquidatiesaldo vervalt aan degenen, die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 20

20.1     De Algemene Vergadering zal een Huishoudelijk Reglement vaststellen.

Dit Reglement mag niet in strijd zijn met de Wet of de Statuten.

  • Het bestuur kan één of meer uitvoeringsreglementen vaststellen.
  • De Algemene Vergadering kan een Reglement van Tuchtrecht vaststellen.
    Dit reglement bevat tenminste regels die omschrijven door wie en op welke wijze eventuele overtredingen van de Verenigingsregels worden bestraft en op welke wijze de betroffen personen hiertegen bezwaar kunnen aantekenen.

 

 

SLOTBEPALING

Artikel 21

21.1     Bij verschil van mening over de uitleg van deze Statuten of één van de Reglementen, beslist het Bestuur.

21.2     In gevallen waarin niet is voorzien, beslist het Bestuur onder nadere goedkeuring van de Algemene Vergadering.

Huishoudelijk reglement

Download hier het regelement in pdf formaat.

Bestuursreglement ‘Alcohol in sportkantines’

Preambule

 

In overweging nemende dat:

  • sportverenigingen op basis van artikel 9 van de Drank- en Horecawet dienen te beschikken over een bestuursreglement ‘Alcohol in sportkantines’;
  • in dit verband met “sportvereniging” wordt bedoeld: een sportvereniging met een kantine in eigen beheer, aangesloten bij een door NOC*NSF erkende sportbond;
  • de sportkantine met een drank- en horecavergunning in de wet wordt beschouwd als een horecalokaliteit,hetgeen betekent dat er ter plaatse bedrijfsmatig of tegen betaling alcoholhoudende dranken worden verstrekt;
  • het bestuursreglement regels bevat, die als doel het waarborgen van verantwoorde verstrekking van alcoholhoudende drank in de sportkantine hebben;
  • in het bestuursreglement tevens paracommercie bepalingen zijn opgenomen, die tot doel hebben ongeoorloofde vormen van concurrentie met de reguliere horeca te voorkomen;

heeft het bestuur van SSV Griffioen te Amersfoort het bestuursreglement ‘Alcohol in sportkantines’ vastgesteld.

 

Paragraaf 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1 – Begripsbepalingen

  1. Alcoholhoudende dranken:
  • Onder zwak-alcoholhoudende drank dient het volgende te worden verstaan: bier, wijn en gedistilleerd met minder dan 15% alcohol.
  • Onder sterke drank dient te worden verstaan: gedistilleerd met minimaal 15% alcohol.
  1. Sociale Hygiëne:
  • Met Sociale Hygiëne wordt bedoeld dat mensen gezond met elkaar omgaan; dat ze rekening houden met elkaars waarden, normen en rollen. In de sportkantine gaat het vooral om kennis van en inzicht in de invloed van alcoholgebruik (en- misbruik) en hoe men verantwoord alcoholgebruik in de kantine kan bevorderen. Belangrijk hierbij zijn huis- en gedragsregels en sociale vaardigheden om deze regels uit te dragen en na te leven.
  • Verder houdt Sociale Hygiëne kennis in van de Drank- en Horecawet en verwante regelgeving en de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken, van verschillende bedrijfsformules en doelgroepen en van technische, bouwkundige en ruimtelijke voorzieningen van de inrichting.
  1. Leidinggevenden:

Het bestuur heeft twee leden aangewezen als leidinggevende. Zij zijn tenminste 21 jaar oud, in het bezit van de verklaring Sociale Hygiëne, en staan als zodanig vermeld op de vergunning van de vereniging. Zij geven onmiddellijke leiding aan de uitoefening van de horeca-werkzaamheden in de sportkantine. Wijzigingen in leidinggevenden binnen de vereniging dienen aan de gemeente te worden doorgegeven.

  1. Barvrijwilliger:

Een vrijwilliger die, op tijden dat er alcohol wordt verstrekt, de barwerkzaamheden in de sportkantine uitvoert. Kwalificatienormen voor barvrijwilligers zijn vastgelegd in artikel 7 van dit bestuursreglement.

 

Artikel 2 – Wettelijke bepalingen

Uit oogpunt van verantwoorde alcoholverstrekking moeten de volgende wettelijke bepalingen worden nageleefd:

  1. Verkoop van alcoholhoudende drank aan personen jonger dan 18 jaar is verboden.
  2. Leeftijdsgrenzen en schenktijden moeten zichtbaar in de kantine worden opgehangen.
  3. De verstrekker van alcohol dient bij de aspirant-koper de leeftijd vast te stellen, tenzij de aspirant-koper onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt.
  4. Geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt als dit leidt tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
  5. et is niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken aan personen die verkeren in kennelijke staat van dronkenschap.
  6. Het is verboden personen toe te laten in de kantine die verkeren in kennelijke staat van dronkenschap of onder invloed zijn van andere psychotrope stoffen.

 

Artikel 3 – Vaststellen en wijzigen

  1. Het bestuur van de SSV Griffioen heeft het bestuursreglement ‘Alcohol in sportkantines’ vastgesteld
  2. Het bestuursreglement wordt ter toetsing voorgelegd aan de gemeente bij de aanvraag van een nieuwe drank- en horecavergunning. Het bestuursreglement treedt gelijktijdig met de af te geven drank- en horecavergunning in werking.

 

Paragraaf 2 – Sociaal Hygiënische bepalingen

Artikel 4 – Aanwezigheid leidinggevende, barvrijwilliger en afschrift reglement

  1. Op de momenten dat in de sportkantine alcoholhoudende drank wordt geschonken, is er altijd ofwel een leidinggevende aanwezig die in het bezit is van de verklaring Sociale Hygiëne ofwel een barvrijwilliger die een instructie verantwoord alcoholschenken (IVA) heeft gevolgd.
  2. Het bestuursreglement alcohol in sportkantines van de sportvereniging of een kopie hiervan is aanwezig in de sportkantine.

 

Artikel 5 – Huis- en gedragsregels

  1. Het is niet toegestaan in de kantine of elders op het terrein van de vereniging zelf meegebrachte alcoholhoudende drank te gebruiken;
  2. Het is niet toegestaan om in de kantine gekochte alcoholhoudende drank elders te gebruiken dan in de kantine of op het terras;
  3. Er wordt geen alcohol geschonken aan:
  • Sportschutters, jagers, gastschutters en introducés voorafgaand aan een schietoefening.
  • Jeugdleiders, trainers van jeugdelftallen en andere begeleiders van de jeugd tijdens de uitoefening van hun functie;
  1. Het bestuur wil voorkomen dat personen onder invloed van alcohol aan het verkeer deelnemen. Op basis daarvan kan de verstrekking van alcoholhoudende drank aan betreffende personen worden geweigerd.
  2. Het bestuur stimuleert het maken van BOB-afspraken en sluit aan op de slogan ‘100% Bob, 0% op’. Hierbij zijn de belangrijkste noties: ‘Geen alcohol drinken als je nog moet rijden’ en ‘Maak als het kan een Bob-afspraak’.
  3. Leidinggevenden en barvrijwilligers (in de zin van het bepaalde in artikel 1) drinken geen alcohol gedurende hun bardienst;
  4. Prijsacties die het gebruik van alcohol stimuleren, zoals ‘happy hours’, en ‘meters bier’ zijn in de kantine niet toegestaan;
  5. Vanuit het oogpunt van na te streven alcoholmatiging wordt het gebruik van alcoholvrije drank gepromoot, onder andere door die goedkoper aan te bieden dan alcoholhoudende drank;
  6. Personen die agressie of ander normafwijkend gedrag vertonen worden door de dienstdoende leidinggevende of barvrijwilliger uit de kantine verwijderd.

 

Artikel 6 – Openingstijden en schenktijden

  1. De openingstijden van de kantine zijn conform de drank- en horecavergunning op die tijdstippen dat de vereniging geopend is.
  2. Op de volgende tijdstippen wordt conform de gemeentelijke verordening alcohol geschonken:

maandag tot en met zondag van 12.00 tot 24.00 uur

 

Artikel 7 – Kwalificatienormen en instructie verantwoord alcohol schenken voor barvrijwilligers

Voor de barvrijwilligers zijn de volgende kwalificatienormen vastgesteld:

  1. Barvrijwilligers zijn tenminste 18 jaar oud
  2. Zij hebben een instructie verantwoord alcohol schenken gevolgd;
  3. Zij staan als zodanig bij de vereniging geregistreerd;
  4. Zij zijn betrokken bij de vereniging, als lid, dan wel anderszins (bijvoorbeeld als ouder of verzorger van minderjarige verenigingsleden).

Een kopie van de certificaten IVA of een registratielijst van de barvrijwilligers die de instructie gevolgd hebben dient in de kantine aanwezig te zijn.

 

Artikel 8 – Voorlichting

  1. Schenktijden, leeftijdsgrenzen (artikel 2 lid1, 2 en 3)en huis- en gedragsregels worden goed zichtbaar in de kantine opgehangen.
  2. Het bestuur onderschrijft de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken van de STIVA. In deze code staan regels omtrent reclame-uitingen voor alcoholhoudende dranken.

 

Artikel 9 – Handhaving, klachtenprocedure en sancties

  1. Klachten over de toepassing van de artikelen 1 tot en met 8 van dit reglement dienen onverwijld ter kennis te worden gebracht van het bestuur van de vereniging.
  2. Uit hoofde van zijn verantwoordelijkheid voor de naleving zal het bestuur bij overtreding van (één van) de regels uit dit reglement ten opzichte van betrokkene(n), zijnde de consument dan wel de verstrekker (leidinggevende of de barvrijwilliger) gebruik maken van zijn sanctiebevoegdheden op grond van de statuten en het huishoudelijk reglement. Het bestuur verifieert de klacht, hoort zonodig de klager en treft bij gegrond bevinding van de klacht binnen twee maanden maatregelen om herhaling te voorkomen. Het bestuur brengt het resultaat van de afweging ter kennis van de indiener van de klacht.
  3. Een ieder kan gegronde klachten over de overtreding(en) van de Drank- en Horecawet indienen bij de gemeente.

 

Paragraaf 3 – Paracommercie-bepalingen

Artikel 10 – Toegelaten horeca-activiteiten

 

  1. De sportvereniging oefent slechts horeca-activiteiten uit met inachtneming van het hierna onder 2. en 3. bepaalde. De sportvereniging oefent geen horeca-activiteiten uit ten behoeve van bijeenkomsten die worden gehouden wegens gebeurtenissen in de privé-sfeer van leden en bijeenkomsten voor niet-leden. Het bestuur ziet hierop toe.
  1. De horeca-activiteiten worden door de sportvereniging slechts uitgeoefend ten aanzien van personen die bij de activiteiten van de sportvereniging in de ruimste zin van het woord betrokken zijn, met inachtneming van het hierna onder 3. bepaalde.
  1. Het uitoefenen van horeca-activiteiten door de sportvereniging jegens niet bij de vereniging aangesloten personen geschiedt uitsluitend in rechtstreeks verband met de activiteiten van de sportvereniging binnen het kader van haar doelstelling.
  1. Voor zover niet binnen de hiervoor genoemde doelstelling vallend, zal de sportkantine en/of de inventaris (met name het meubilair en het serviesgoed) niet door de sportvereniging aan derden worden verhuurd of ter beschikking worden gesteld.
  1. Geen reclame mag worden gemaakt door de sportvereniging voor niet binnen de doelstelling vallende resp. andere horeca-activiteiten dan die welke zijn toegelaten als omschreven in dit artikel 10.

 

 

Colofon

Model Bestuursreglement ‘Alcohol in sportkantines’

Samenstelling en redactie

NOC*NSF / VNG

Publicatienummer: NOC*NSF 521

Datum publicatie: 2 december 2013

———————————————————–

Bestuur SSVG

september 2014

Richtlijn bardienst SSV Griffioen

Duur van de bardienst

Een bardienst duurt circa 4 uur. Op zaterdag- en zonmorgen is de bardienst van 8.45 uur tot 13.00 uur, op zaterdag- en zondagmiddag van 13.00 tot circa 17.00 uur en op woensdagavond van 18.45 uur tot circa 23.00 uur.

In principe verzorgt degene die dienst heeft de zaken achter de bar. Alleen op verzoek kunnen andere barmedewerkers assistentie verlenen. Barvrijwilligers die geen dienst hebben zijn gewone ‘klanten’ en komen dan niet achter de bar.

 

Start van de bardienst

  • Kassa inrichten, het aanwezige bestuurslid kan het wisselgeld uit de kluis halen,
  • Pinautomaat starten (zie verder bij pinautomaat),
  • Koffie zetten: voor een volle pot koffie 2 maatscheppen koffie per kan,
  • Suiker, creamer, roerstaafjes en afvalbakjes op de tafels zetten,
  • Vaatwasmachine starten (zie verder bij vaatwasmachine),
  • Op zaterdag en zondag rond 11.00 uur en op woensdag bij de start de frituurpannen aanzetten, temperatuur op 175 graden,
  • Gelijktijdig met het aanzetten van de frituurpannen, de afzuiging aanzetten op hoogste stand,
  • Ga op zaterdag na of er OBC-introductiecursus is. Als er cursus is, koffie en thee maken voor de groep:
    • 2 thermoskannen koffie (=1 volle pot koffie) en 1 thermoskan heet water,
    • circa 15 kopjes, suiker, creamer, roerstaafjes, thee en afvalbakje klaarzetten in de bestuurskamer. Bij de voorzorgsmaatregelen voor Corona moet de koffie naar de 25m baan links. De cursisten mogen koffie en thee drinken tijdens het theoriegedeelte van de les,
  • Rookpaal uit het draadhok halen en op het parkeerdek plaatsen (de sleutel van het draadhok hangt aan de diepvrieskast},
  • Barmeubel openen, sleutels haalt de bestuurder uit de kluis,
  • Sleutels bewaren in de kassalade,
  • Indien er meer dan één barvrijwilliger actief is, maak dan een taakverdeling,
    • Bij evenementen of grote drukte zijn er zo nodig 2 of meer barvrijwilligers actief. Dan moeten er afspraken gemaakt worden over verdeling van werkzaamheden.

 

Afrekenen

Laat zoveel mogelijk iedereen direct contant of per pin afrekenen. Dat voorkomt dat Griffioeners vergeten af te rekenen voor vertrek van de accommodatie.
Maak de volgende barbonnen voorzien van de datum:

  • Bon voor contanten betaling: daarop alle producten turven die contant betaald worden,
  • Bon voor pin betaling: daarop alle producten turven die per pin betaald worden,
  • Bon voor bestuur, toezicht en telbureau: daarop alle producten turven voor die vrijwilligers. Dit wordt achteraf verrekend met de vereniging,
  • Bon voor barvrijwilliger: daarop alle producten turven voor de barvrijwilliger,
  • Bon voor OBC: daarop alle producten turven voor OBC-instructeurs. Dit wordt achteraf verrekend met de vereniging,

Individuele barbonnen altijd voorzien van voor- en achternaam.
De individuele bonnen moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Noteer op de bon de producten voor het afleveren. Bij het afrekenen van de individuele bon op de bon noteren of de afrekening per pin of contant heeft plaatsgevonden.
De producten op de individuele barbonnen worden niet geturfd op een andere bon voor pin of contant betalen. De nauwkeurigheid met turven is nodig voor de juist afdracht van de BTW. Voor alcoholische dranken is dat 21% en voor de overige dranken en producten 9%. Voor het overschot (niet genoteerde producten) geldt de afdracht volgens het hoge BTW tarief.

De barbonnen liggen onder de bar. Als er minder dan circa 30 liggen, meldt het dan  aan info@reinmulders.nl of info@wimdenhartog.nl .

 

Verkoop en bereiding producten

    Beschikbare producten:

  • Koffie (twee maatscheppen koffie per kan)
  • Thee
  • Frisdrank
  • Licht alcoholisch (bier, wijn)
  • Voedsel

Bereiding van diverse producten:

  • Tosti:
    • Circa 40 seconde ontdooien in magnetron (verpakt),
    • daarna circa 3,5 minuten in het tostiapparaat.
  • Kroket/Frikandel:
    • circa 5 minuten frituren.
    • De frikandel is gaar als deze gaat drijven.
  • Bitterballen/minisnacks:
    • circa 4 minuten frituren. Kaassnacks zijn eerder klaar.
  • Hamburger:
    • circa 5 minuten frituren. De hamburger gaat drijven als deze gaar is.
  • Schnitzel:
    • circa 5 minuten frituren.
  • Gehaktbal:
    • 2 minuten ontdooien in de magnetron in glazen schaaltje,
    • De gehaktbal doorsnijden, omkeren en dan nog 1 minuut in de magnetron.
  • Frites:
    • 4-5 minuten frituren mede afhankelijk van de voorkeur van de klant: goudgeel of donkerder.
  • Broodjes:
    • 40 seconden ontdooien in de magnetron.
    • Op zaterdag worden meer broodjes verkocht. Bij de start van de dienst
      kunnen er dan al circa 6 uit de diepvries gehaald worden om te ontdooien.
  • Soepen:
    • Diverse soepen liggen in de diepvries,
    • Soep in een passende glazenschaal doen,
    • Afdekken met transparant folie,
    • In 6 minuten ontdooien en verwarmen in de magnetron,
    • De soep overdoen in een soepkom.
  • Broodje worst speciaal
    • De doos met worsten ligt in het rek in de bijkeuken,
    • De bereidingswijze hangt aan de muur in de keuken.
  • Broodje kaas
    • Meestal is er kaas voor de broodjes in de koelkast op de bovenste plank in de bijkeuken.

Voorraad aanvullen

Dranken

Vul tegen het eind van de dienst het barmeubel achter de bar aan met producten uit de grote koeling in de bijkeuken. Het barmeubel blijft dan zo goed mogelijk op temperatuur.

  • Flessen aan de achterkant aanvullen in verband met de houdbaarheid: first in first out.
  • Vul de grote koeling in de keuken aan met kratten.
  • Probeer indien mogelijk voldoende kratten leeg te maken om de lege flesjes in de juiste krat te verzamelen:
    • Lage bruine kratten voor chocomelflesjes
    • Colakratten voor cola flesjes
    • Hertog Jan kratten voor de hertog Jan flesjes
    • Jupiler kratten voor Jupiler flesjes
    • Blauwe kratten voor overige frisdrank flesjes
  • Voor de bardienst op zaterdag: Ga na of er nieuwe voorraad is in het draadhok. Zorg dat de voorraad in de bijkeuken komt met assistentie van aanwezige Griffioeners (de sleutel van het draadhok hangt aan de diepvrieskast},
  • In de bijkeuken de nieuwe kratten onderaan plaatsen en daarop de kratten die al in de bijkeuken staan in verband met de houdbaarheid: first in first out,
  • Indien er geen of weinig voorraad is, noteer dat en hang het bericht op de paal of mail het naar info@reinmulders.nl .

Barbonnen

De barbonnen liggen onder de bar. Als er minder dan circa 30 liggen, meldt het dan  aan info@reinmulders.nl of info@wimdenhartog.nl

Suiker, melk en roerstaafjes

Vul tijdens de bardienst de containertjes met suiker, creamer en roerstaafjes aan.

 

Datum ten minste houdbaar tot verstreken

Frisdranken zijn zeer lang houdbare producten. Deze producten zijn tot een jaar- of soms zelfs langer- na de ten minste houbaar tot datum te gebruiken, zo staat te lezen in het artikel van de consumenten bond:

Uiteraard moet het principe first inn, first out gevolgd worden, zoals hierboven beschreven.

Het overschrijden van de datum ten minste houdbaar tot  komt een enkele keer voor  bij sommige frisdranken waarbij de vraag soms wat beperkter is dan vooraf ingeschat en is de verkoop periode wat langer. Zoals uit het artikel blijkt, is dat niet schadelijk.

Neem bij twijfel contact op met Rein Mulder, info@reinmulders.nl .

 

Pinautomaat

  • Bij aanvang bardienst het apparaat aanzetten;
    • 2e paarse knopje van de bovenste rij toetsen “het sleuteltje” indrukken
    • Wachtwoord 99999 intoetsen gevolgd groene knop OK
  • Betalen
    • Druk de 2de toets van de rechter rij toetsen in (=F2),
    • Het bedrag invoeren gevolgd door indrukken groene knop OK,
    • Draai het scherm naar de klant,
    • De klant kan contactloos betalen door de pinpas er op te leggen gevolgd door het indrukken van groene knop OK,
      of
      De klant kan betalen door het invoeren van de pas in de sleuf en het invoeren van de pincode gevolgd door indrukken groene knop OK,
    • Draai het scherm naar de barvrijwilliger,
    • Bekijk of de betaling is gelukt gevolgd door het indrukken van groene knop OK,
    • Indien de betaling niet is gelukt toets dan de rode knop STOP en volg de gehele procedure nogmaals.
  • Afsluiten van de pinautomaat aan het eind van de middag of avond:
    • 2e paarse knopje van de bovenste rij “het sleuteltje” intoetsen,
    • Wachtwoord 99999 intoetsen gevolgd groene knop OK,
    • Totaal laten printen,
    • Daarna ‘delete journaal’ en groene knop OK indrukken,
    • Terminal is gestopt.

Vaatwasmachine

  • Aan het begin van de dienst:
    • rooster en waterstop plaatsen,
    • 1 afgestreken schep vaatwasmiddel er in doen,
    • machine aanzetten, linker knop indrukken,
    • na circa 10 minuten is de machine opgewarmd en gebruiksklaar,
    • het wasprogramma start met de middelste knop.
  • Tijdens de dienst:
    • bij vervuild water (na circa 5 wasbeurten) machine leeg laten lopen,
    • rooster schoonmaken,
    • en de procedure “aan het begin van de dienst” herhalen,
       (voorspoelen van vaat met veel troep erop houdt het waswater schoner)
  • Aan het eind van de dienst:
    • wasmachine leeg laten lopen,
    • doe de klep weer dicht,
    • zet de machine weer aan voor 10 seconden. De machine spoelt dan schoon.
    • na 10 seconden de klep langzaam open doen,
    • rooster schoonmaken,
    • wasmachine uitzetten.
  • Periodiek onderhoud:
    • Het ontkalken van de machine en het aanvullen van glansmiddel gebeurt door vrijwilligers buiten de clubtijden,
  • Einde voorraad waspoeder in zicht:

 

Eind van de dienst (op zaterdag- en zondagmiddag en woensdagavond)

  • Keuken
    • Werkbladen afnemen,
    • Elektrische apparaten uitschakelen:
      • Frituurpannen
      • Mandjes van de frituurpan afwassen en naast de frituurpan bewaren
      • Vaatwasmachine (zie verder hierboven)
      • Afzuiging

Let hier a.u.b. goed op!!!!

  • Bar
    • Ga na of het barmeubel is aangevuld,
    • Barmeubel afsluiten of laten afsluiten door een bestuurder,
    • Sleutels afdragen aan de aanwezige bestuurder of Rein Mulders,
    • Lege kratten in het draadhok in de rolcontainer op het parkeerdek plaatsen, (indien veel, vraag hulp van de aanwezige Griffioeners of loop tussendoor een keer),
      De lege kratten niet in de rolcontainer met nieuwe voorraad plaatsen,
    • Werkbladen schoonmaken.
  • Kantine
    • Tafels leeg maken, en de suiker, creamer roerstaafjes op servieskar zetten,
    • Tafels schoonmaken,
    • Stoelen bij tafels zetten,
    • Krukken tegen de bar plaatsen.
  • Servieskar
    • Opruimen en aanvullen,
    • in de bijkeuken rijden.
  • Afval
    • Volle afvalzakken vervangen,
    • Volle zaken in de container op de begane grond (laten) gooien.
  • Handdoeken, theedoeken, vaatdoeken
    • Gebruikte doeken in de blauwe emmer doen, beetje uithangen zodat ze drogen,
    • Schone doeken ophangen.
  • Rookpaal
    • De paal in het draadhok plaatsen (de sleutel van het draadhok hangt aan de diepvrieskast}.
  • Financiën
    • Afrekenen met alle klanten,
    • Indien dat niet mogelijk is, de bonnen “aan de paal” hangen,
    • Kassageld tellen en resultaat invullen op de lijst,
    • Fooienpot tellen en invullen op de lijst,
    • Geld en barbonnen in een enveloppe en afdragen aan de aanwezige bestuurder of Rein Mulders.

 

Tot slot
Veel dank voor de inzet van alle barvrijwilligers.

Vertrouwenspersoon

U maakt zich zorgen over een mede SSV Griffioen sportschutter ……
of een schutter van een andere vereniging?

  • SSV Griffioen

Leden van de SSV Griffioen kunnen , wanneer zij zich zorgen maken over het bezit van en/of de omgang met vuur- en luchtwapens door een ander Griffioen lid,  hier op vertrouwelijke wijze melding van maken.

Het bestuur heeft hiertoe twee personen aangewezen als vertrouwenspersoon; één man en één vrouw. Het betreft de voorzitter en de secretaris van het bestuur. 

 

  • Schutter van een andere vereniging

Heeft u zorgen over een schutter bij een andere vereniging, dan kunt u ook een melding doen bij het meldpunt van de KNSA; de overkoepelende sportbond.

De KNSA beschikt over een Meldpunt dat via een interactief formulier via internet bereikbaar is. Het Meldpunt is bedoeld voor meldingen aan de KNSA, wanneer personen of instanties zich zorgen maken over een lid van een schietvereniging die beschikt over vuurwapens en een gevaar voor zichzelf of anderen in zijn/haar omgeving kan vormen.Voor meer informatie zie https://www.knsa.nl/Contact/Meldpunt

Vrijwilligersbeleid

Inleiding

De SSV Griffioen is een vereniging voor en door leden. Er zijn veel  vrijwilligers nodig om onze vereniging draaiende te houden en het onze leden –de schutters- mogelijk te maken aangenaam en veilig de schietsport te beoefenen.

Het lidmaatschap van de SSV Griffioen houdt meer in dan alleen het kunnen beoefenen van de schietsport. De vereniging moet draaiende gehouden worden door de leden, omdat Griffioen  geen mensen in dienst heeft. Dit is in tegenstelling tot bijvoorbeeld sportscholen. De gebruikskosten bij sportscholen zijn daar ook op berekend.

Vrijwilligersbeleid

Om te stimuleren dat meer mensen deelnemen aan vrijwilligerswerk binnen onze club is door de Algemene Ledenvergadering een aanpak geaccordeerd waarbij alle leden worden opgeroepen om op jaarbasis vrijwilligerswerk te doen. Vrijwilligerswerk kan variëren van het gedurende meerdere uren/dagen meewerken aan zwaar lichamelijke éénmalige projecten zoals het reinigen van de kogelvangers of structurele activiteiten zoals deelnemen aan commissies, het volgens rooster draaien van regelmatige diensten achter de bar, bij het telbureau, bij het toezicht, het organiseren/coördineren/plannen en uitwerken van wedstrijden etc.

Voor structurele activiteiten krijgen de leden een kaart met een tegoed voor 10 x baangeld per kalenderjaar en hoeven geen vrijwilligers bijdrage te betalen.

Indien leden incidenteel een bijdrage leveren, bepaalt het bestuur per keer of en welke passende beloning daarbij hoort.

Leden die alleen betrokken zijn bij de opbouw en/of begeleiding van een wedstrijd doen dat (eenmalig) ten behoeve van „de eigen tak van sport”. Deze inzet valt buiten de vrijwilligers beloning. Wel zullen zij die dag op kosten van de vereniging van een “natje en droogje” worden voorzien en zullen over deze inspanning lof oogsten van de deelnemers en organisatie.

Leden die daartegenover niet willen of kunnen deelnemen aan vrijwilligerswerk, leveren in plaats van een fysieke bijdrage, een extra financiële bijdrage à 30 euro per jaar.

Het bestuur kan (asp.-) leden van deze financiële i.p.v. fysieke bijdrage vrijstellen op grond van bv. het feit dat men pas zeer kort bij de vereniging  is (<12 maanden) of op basis van leeftijd (geboren voor 1950) of bijvoorbeeld handicap.

In het begin van het lidmaatschap bestaat het vrijwilligerswerk uit bardienst en onderhoud.  Daarna is er een grote diversiteit aan vrijwilligerswerk, zoals

  • Medewerkers Telbureau
  • Toezichthouders
  • Competitieleiders Interne competitie – alle mogelijke disciplines-
  • Opleiding aspirant-leden  OBC ; zowel voor de theorielessen als praktijkbegeleiding
  • Individuele training /coachen wedstrijdschutters in opleiding
  • Bestuursleden Vereniging
  • Bestuursleden Stichting
  • Coördinatoren diverse werkzaamheden en /of projecten
  • Activiteiten -/ feestcommissie
  • Onderhoud verenigingswapens
  • Onderhoud tuin
  • Bar en keukendiensten
  • Commissie van Toelating
  • Commissie van Beroep
  • Kascontrolecommissie
  • Automatisering en web-beheer
  • Communicatie en PR
  • Introducties voor belangstellenden
  • Onderhoud transportsystemen 25 meter banen
  • Onderhoud clubhuis en banen

Kortom, er zijn veel  vrijwilligers nodig om een vereniging als de SSV Griffioen goed te laten draaien.

Namens het bestuur
De secretaris

Bijgewerkt, april 2022

Beëindiging lidmaatschap

Looptijd lidmaatschap
Het verenigingsjaar loopt gelijk met het kalenderjaar. Het lidmaatschap van de SSV Griffioen wordt voor de duur van het resterende kalender jaar aangegaan.

Verlenging lidmaatschap
Het lidmaatschap wordt automatisch verlengd met één vol kalenderjaar tenzij het lidmaatschap tijdig is opgezegd.

Opzeggen voor 1 december
Er moet worden opgezegd voor 1 december van het voorafgaande jaar; de opzegging moet dus uiterlijk 30 november in het bezit van het bestuur zijn.

Opzeggingen uitsluitend per mail of brief
Opzegging van het lidmaatschap kan uitsluitend schriftelijk gedaan en wel als volgt:

Per post; uitsluitend via:

Bestuur SSV Griffioen,
Postbus 1650,
3800 BR Amersfoort.
Per e-mail; uitsluitend via:
opzeggen@ssvgriffioen.nl

Bevestiging opzegging en bewijslast
Alle opzeggingen worden binnen 7 dagen schriftelijk of per e-mail door het bestuur aan het opzeggend lid bevestigd.

Zolang het lid geen bevestiging van de opzegging ontvangen heeft, ligt de bewijslast van tijdige opzegging bij het lid.

Zegt men pas in de loop van de maand november op, dan adviseren wij dit aangetekend te doen zodat er geen discussie over de tijdigheid ervan kan ontstaan.

Bestuur SSV Griffioen

Verlof en formulieren

CWM 3 fases m.b.t. wapengebruik en verlof

In de Circulaire wapens en munitie is een differentiatie in wapentypes opgenomen, al naar gelang de ‘ervaring’ van sportschutters. Deze differentiatie heeft niet slechts betrekking op wapens waarvoor een verlof mag worden afgegeven, maar ook voor het gebruik van verenigingswapens of wapens van medeschutters. De door de Minister aangegeven differentiatie kent drie fasen, hieronder nader toegelicht:

FASE 1:
Sportschutters die korter dan één (1) jaar volwaardig lid zijn een schietsportvereniging mogen de schietsport uitsluitend beoefenen met vuurwapens die geschikt zijn voor Olympische disciplines en sportschutters die na minimaal één (1) jaar een eerste verlof aanvragen, komen uitsluitend voor vuurwapens in aanmerking die geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines.

Deze wapens moeten dus geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines; die discipline behoeft niet per se beoefend te worden. Er kan dus ook verlof worden aangevraagd en disciplines kunnen worden beoefend, zoals Meesterkaart Licht, Klein Kaliber Geweer 12 meter, KKG 100 meter, Klein Kaliber Karabijn (enkelschots), Standaard Pistool, Meesterkaart KKP, Kleiduivenparcours, Sporting Skeet, Sporting Trap, enzovoorts.

Voorbeelden van wapens waarmee in dat eerste jaar de schietsport mag worden beoefend c.q. na afloop daarvan een verlof kan worden aangevraagd: alle kleinkaliber enkelschots geweren en karabijnen, zoals een Anschutz Match 54 .22LR, een grendelkarabijn CZ 454 SM .22LR, kleinkaliber-pistolen en -revolvers, zoals een Walther GSP .22, een Smith & Wesson model 617 .22LR, een Colt 1911 Colt cup .22LR, zolang bij pistolen en revolvers de maximaal toegestane looplengte van 153 mm maar niet wordt overschreden.

Voor geweren en karabijnen geldt dat zij niet semi-automatisch kunnen vuren. Meerschots  kleinkaliber-geweren en -karabijnen waarvan de patronen na elk schot worden aangevoerd uit een magazijn, zijn toegestaan, voor zover er geen sprake is van een zelfladende functie. Vanzelfsprekend dienen de wapens ook te voldoen aan de eisen van het Schiet- en wedstrijdreglement.
FASE 2:
Bij de eerste verlenging van een verlof, mag verlof worden aangevraagd niet alleen voor wapens die zijn toegelaten bij Olympische disciplines maar tevens voor wapens die zijn toegelaten binnen de disciplines van de International Shooting Sport Federation (ISSF) en de Historische-Wapensdisciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee (MLAIC).

Dat zijn dus grootkaliber-pistolen en –revolvers, met een maximum kaliber van 9 mm, zoals een Glock model 17, 19, 34, een CZ model 75B kaliber 9 mm Luger, een Tanfoglio Match kaliber 9 mm, een revolver Smith & Wesson model 686+ kaliber 38 Special, zolang de looplengte maar niet meer is dan 153 mm.

Voor grootkaliber-geweren geldt dat deze zijn toegestaan in enkelschots uitvoering, niet zijnde semi-automatisch. Meerschots geweren met magazijn zijn toegestaan, maar geen magazijnen met zelfladende functie. Dat zijn geweren zoals een Keppeler 300 meter standaard kaliber 6 mm of een Steyr safe bold stainless in het kaliber .308, enzovoorts.

Voor historische wapens geldt dat alle wapens die zijn toegestaan binnen de door de KNSA c.q. de MLAIC gereglementeerde disciplines, zijn toegestaan.

Voor de beoefening met verenigingswapens geldt dat na één jaar volwaardig lidmaatschap van de vereniging alle typen wapens mogen worden gebruikt, dus ook geweren in de semi-automatische uitvoering en wapens die passen binnen de door de KNSA gereglementeerde en erkende disciplines. Dit geldt alleen voor het gebruik van verenigingsvuurwapens binnen de vereniging. Voor het gebruik buiten de vereniging (bijvoorbeeld tijdens wedstrijden) geldt een strenger regime. Dat houdt in dat voor het gebruik buiten de vereniging, na één (1) jaar volwaardig lidmaatschap, uitsluitend vuurwapens mogen worden gebruikt die zijn toegelaten bij Olympische disciplines en de disciplines van de ISSF en de Historische-Wapensdisciplines van de MLAIC. Na twee (2) jaar volwaardig lidmaatschap mogen buiten de vereniging, alle andere verenigingswapens die bij fase 3 genoemd zijn, gebruikt worden.

FASE 3:
Bij de tweede verlenging van een verlof, is de aanvraag van een verlof toegestaan in alle andere overige door de KNSA gereglementeerde en/of erkende disciplines.

Dat betekent dat wapens in semi-automatische uitvoering voor de disciplines , Militair Geweer, Dynamic Service Rifle, NPSA Geweer & Pistool, Action Shooting, .30M1, zijn toegestaan wanneer deze voldoen aan de desbetreffende regelgeving.

Voor pistolen en revolvers betekent dit dat ook kalibers boven de 9 mm, zoals de .45 ACP, zijn toegestaan en ook militaire geweren in semi-automatische uitvoering en ook afgeleiden van militaire geweren in kleinkaliber-uitvoering zijn toegestaan.

Voor de disciplines die zijn erkend door de KNSA, van de APS en de NPSA, te weten Dynamic Service Rifle en NPSA Geweer & Pistool, zijn ook geweren toegestaan die gebruik maken van pistoolmunitie.

Al sinds enige tijd is door de KNSA op haar website gepubliceerd een overzicht van alle KNSA-gereglementeerde disciplines. In dat overzicht zijn de belangrijkste sporttechnische en wapentechnische eigenschappen opgenomen, zoals trekkerdruk, de kalibers, gewichten, afmetingen, enzovoorts. In datzelfde overzicht is nu ook gemerkt welke disciplines binnen welke fase zijn toegestaan. Klik hier voor het overzicht disciplines.

Aanvraag eerste verlof

Doel aanvraag eerste verlof

Je wilt je verder bekwamen in een erkende discipline van de schietsport. Dat is niet meer mogelijk met de op de SSV Griffioen beschikbare wapens. Dat komt vooral omdat je een eigen wapen op eigen behoefte wilt instellen (maatwerk dus).

Samengevat: er is een aantoonbaar belang voor het bezit van een eigen wapen.

 

Voorwaarden om een eerste verlof aan te vragen
Zowel de SSV Griffioen als de “politie” stellen voorwaarden bij het aanvragen van een verlof:

  • Met het beoogde wapen moet je kunnen deelnemen aan één van de interne competities die de SSV Griffioen organiseert.
  • Je moet ten minste één jaar volwaardig lid zijn van de SSV Griffioen.
  • Er is een foto beschikbaar in het registratiesysteem van de vereniging.
  • Je moet kunnen aantonen dat je in het voorafgaande jaar minsten 18 keer hebt geoefend.
  • Het mag alleen een klein kaliber handvuurwapen of grendelgeweer zijn; .22LR geschikt voor de zogenoemde “Olympische disciplines”.
  • Je moet beschikken over een wapen- en munitiekluis. De ‘politie’ stelt dit als eis voor het verlenen van het verlof. De kluis dient zeer degelijk bevestigd te zijn aan de muur en/of vloer. De kluis heeft gescheiden compartimenten voor het wapen en de munitie of je hebt twee aparte kluizen. Meestal controleert de “politie” de kluis/kluizen vóór afgifte van een 1e verlof.

N.B. Een verlofhouder moet tenminste deelnemen aan een interne competitie.

 

Aanvraag eerste verlof bij de SSV Griffioen

Onderdeel van de procedure voor het verkrijgen van een verlof voor een eerste wapen is dat door het bestuur een WM3 wordt uitgeschreven

Het invullen van het WM3 formulier moet zorgvuldig gebeuren, dus het is noodzakelijk dat op afspraak te doen. Je kunt de afspraak per mail maken via bestuur@SSVGriffioen.nl.

Voor het invullen zijn de volgende zaken nodig:

  • Een scan van de optiebon of gegevens verkopen (zie onderstaand)
  • Een scan van de voor + achterzijde van rijbewijs (of ID bewijs)
  • Opgaaf van de discipline waarvoor het wapen wordt aangeschaft

Het bestuur toetst voor het schrijven het minimum aantal vereiste schietbeurten (en daarvan afgeleid de vaardigheid in de omgang met het gekozen wapen) en of het wapen geschikt is voor de opgegeven discipline. Indien er ook overigens geen bezwaren bestaan, zal het bestuur een afspraak maken voor ondertekening / afgifte van de WM32.

Het bestuur slaat een kopie van de WM32 digitaal op.

Verder is de aanvraag van het verlof bij de afdeling Korps Chef Taken (KCT) het volgende nodig:

  • 2 pasfoto’s (naam achterop)
  • Inlichtingenformulier WM32, dit is noodzakelijk voor de afdeling bijzondere wetten van de politie
  • Identiteitsbewijs
  • Door het bestuur van de vereniging gewaarmerkt schietregister/boekje met minimaal 18 schietbeurten in de  voorafgaand 12 maanden aan de aanvraag
  • Geldige KNSA pas
  • Gegevens aan te schaffen wapen: type/nummer/kaliber .22/pistool (KKP), revolver (KKR) of grendelgeweer (KKG)
  • Gegevens verkoper:
    • indien particulier: naam/adres/gegevens verlofhouder en zijn  verlofnummer/afgegeven door welk politiekorps (evt. kopie verlof)
    • indien een wapenhandel: optie bon met erkenningsnummer van de wapenhandel

De SSV Griffioen maakt een kopie van het WM3 formulier.

Vervolg van de aanvraag eerste verlof bij de politie
De schutter vervolgt de aanvraag voor het verlof bij de districtspolitie van de woonplaats van de schutter,  afdeling Bijzondere Wetten (BW).

De schutter informeert het bestuur van de SSV Griffioen of het verlof verleend is.

Aanvullende informatie

Sinds 1 oktober 2012 is er een 3-fasen-plan in werking getreden voor het verkrijgen van een verlof.

  • Fase 1
    Het eerste verlof kan alleen aangevraagd worden voor één klein kaliber (.22) handvuurwapen of klein kaliber grendelgeweren, geschikt voor de zogenoemde “Olympische disciplines”. De schutter is dan al één jaar volwaardig lid van de vereniging.
  • Fase 2
    Na een jaar  is het mogelijk  maximaal 5 wapens op het verlof te krijgen. Deze zijn beperkt tot een handvuurwapen tot 9mm / .38 sp.  of een groot kaliber grendelgeweer. De schutter is dan al twee jaar volwaardig lid van de vereniging.
  • Fase 3
    Na twee jaar (vanaf het derde verlofjaar) mag je een verlof aanvragen voor handvuurwapens met een kaliber groter dan 9 mm of een semi automatisch geweer vanaf .22. De schutter is dan al drie jaar volwaardig lid van de vereniging.

Een voorafgaand en aansluitend volwaardig lidmaatschap bij een andere KNSA-vereniging kan worden meegenomen. Het bestuur tekent geen aanvragen voor een verlof als je nog aspirant bent bij de SSV Griffioen.

Voor een compleet overzicht van de regels met betrekking tot het verkrijgen en behouden van een verlof, verwijzen we graag naar de geldende circulaire Wapens en Munitie . Voor vragen kun je je altijd wenden tot het bestuur van de Griffioen en/of de KNSA.

Een verlof is mogelijk voor maximaal vijf vuurwapens.

Uitbreiding verlof

Doel bij uitbreiding verlof

Je wilt je verder bekwamen in een andere erkende discipline van de schietsport dan waarvoor je al een wapen op je verlof hebt. Dat is niet meer mogelijk met de op de SSV Griffioen beschikbare wapens. Dat komt vooral omdat je een eigen wapen op eigen behoefte wilt instellen (maatwerk dus). Het nieuw aan te schaffen wapen moet dan wel toegelaten zijn voor de beoogde discipline.

Samengevat: er is een aantoonbaar belang voor de aankoop van een volgende eigen wapen.


Voorwaarden om een uitbreiding/wijziging  verlof aan te vragen.
Zowel de SSV Griffioen als de ‘politie’ stellen voorwaarden bij het aanvragen van een verlof:

  • Er is een foto beschikbaar in het registratiesysteem NSR.
  • Indien het om een groter kaliber dan .22 gaat, moet duidelijk zijn dat je daarin bekwaam bent en ervoor geautoriseerd bent.

Aanvraag uitbreiding  verlof bij de SSV Griffioen

De WM32 formulieren zijn op de SSV Griffioen beschikbaar. Een lid van het bestuur vult samen met de schutter het formulier in. Wim den Hartog doet dit als lid van het bestuur. In overleg kan een ander bestuurslid dat doen.

Het invullen van het WM3 formulier moet zorgvuldig gebeuren, dus het is noodzakelijk dat op afspraak te doen. Je kunt de afspraak per mail maken via bestuur@SSVGriffioen.nl.

Voor het invullen zijn de volgende zaken nodig:

  • Eventueel een  “inlichtingenformulier C5”. Ofschoon bestemt voor een verlenging van een verlof, wordt dit in de praktijk ook weleens gevraagd bij een uitbreiding.
  • Identiteitsbewijs.
  • Door het bestuur van de vereniging gewaarmerkt schietregister/boekje.
  • Geldige KNSA pas.
  • Gegevens aan te schaffen wapen: type/nummer/kaliber/pistool, revolver of grendelgeweer
  • Gegevens verkoper:
    • indien particulier: naam/adres/gegevens verlofhouder en zijn verlofnummer/afgegeven door welk politiekorps (evt. kopie verlof)
    • indien een wapenhandel: optiebon met erkenningsnummer van de wapenhandel

De SSV Griffioen maakt een kopie van het WM3 formulier.

Vervolg van de aanvraag bij de politie
De schutter vervolgt de aanvraag voor het verlof bij de districtpolitie van de woonplaats van de schutter,  afdeling Bijzondere Wetten (BW).

De schutter informeert het bestuur van de SSV Griffioen of het verlof verleend is.

Aanvullende informatie

Sinds 1 oktober 2012 is er een 3-fasen-plan in werking getreden voor het verkrijgen van een verlof.

  • Fase 1
    Het eerste verlof kan alleen aangevraagd worden voor één klein kaliber (.22) handvuurwapen of klein kaliber grendelgeweren, geschikt voor de zogenoemde “Olympische disciplines”. De schutter is dan al één jaar volwaardig lid van de vereniging.
  • Fase 2
    Na een jaar  is het mogelijk  maximaal 5 wapens op het verlof te krijgen. Deze zijn beperkt tot een handvuurwapen tot 9mm /.38 sp of een groot kaliber grendelgeweer. De schutter is dan al twee jaar volwaardig lid van de vereniging.
  • Fase 3
    Na twee jaar (vanaf het derde verlofjaar) mag je een verlof aanvragen voor handvuurwapens met een kaliber groter dan 9 mm of een semi automatisch geweer vanaf .22. De schutter is dan al drie jaar volwaardig lid van de vereniging.

Een voorafgaand en aansluitend volwaardig lidmaatschap bij een andere KNSA-vereniging kan worden meegenomen. Het bestuur tekent geen aanvragen voor een verlof als je nog aspirant bent bij de SSV Griffioen.

Voor een compleet overzicht van de regels met betrekking tot het verkrijgen en behouden van een verlof, verwijzen we graag naar de geldende circulaire Wapens en Munitie . Voor vragen kun je je altijd wenden tot het bestuur van de Griffioen en/of de KNSA.

Een verlof is mogelijk voor maximaal vijf vuurwapens.

Inlichtingenformulier WM32 (voorheen C4/C5)
Inlichtingenformulier WM32

Bij de aanvraag van een nieuw verlof of de verlenging van een verlof, is het tegenwoordig noodzakelijk om een WM32 inlichtingenformulier in te vullen.

Op dit formulier verklaart u ( de verlofhouder) naar waarheid een aantal zaken rond uw gezondheid en uw sociale omgeving. Ook moet u drie ‘referenten’ vermelden.

Referenten zijn mensen die u meer dan gemiddeld kennen. Referenten kunnen door de politie gevraagd worden om, in het kader van een verlofaanvraag of verlenging, inlichtingen over u te verstrekken.

U, als aanvrager, vult dit inlichtingenformulier in en u verklaart dat de referenten bereid zijn om -waar nodig – vragen van de politie over u te beantwoorden. Dit houdt dus in dat u de referenten van te voren om hun medewerking gevraagd hebt en dat zij hebben ingestemd. U vult de gegevens van de referenten in en laat hun het formulier tekenen.

  • Referent 1 moet komen uit uw sociale omgeving; denk aan bv een familielid, huisgenoot, buurman of goede vriend of collega ( 18+).
  • Referent 2 moet u kennen in verband met de schietsport. Het betreft dus een medelid (18+) van de schietsportvereniging. Dit kan een bestuurslid zijn, maar hoeft dat niet te zijn.
  • Referent 3 moet uit een van de twee eerder genoemde groepen komen. Iemand uit uw sociale omgeving of een medelid (18+) van de schietsportvereniging.

Bestuursleden als Referent 2/3 ?

Bij een grote vereniging als de Griffioen is het onmogelijk om als bestuur alle leden goed genoeg te kennen. Het bestuur treedt dan ook niet automatisch op als referent 2/3. Alleen als een bestuurslid de aanvrager persoonlijk redelijk goed kent, zal hij/zij referent kunnen zijn.

U kunt hier het PDF inlichtingenformulier downloaden wat u kunt invullen, printen en (laten) ondertekenen.

Erkenning voor los kruit vereist

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben besloten dat met ingang van 1 januari 2015 een erkenning is vereist voor het voorhanden hebben van los kruit. Deze verplichting vloeit voort uit de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg).

Eigenlijk bestond deze vergunningplicht al enige tijd, maar er werd in de Circulaire wapens en munitie (Cwm) voor diegenen die over een wapenverlof beschikten, een vrijstelling verleend. Die vrijstelling hoorde daarin echter niet thuis; in een circulaire kan immers geen vrijstelling worden verleend voor een wettelijk voorschrift (Wecg) en het bezit van los kruit valt niet onder de Wet wapens en munitie.

In concreto betekent dit voor sportschutters dat zij vanaf nu een afzonderlijke vergunning (een zogenaamde Erkenning Wecg) kunnen verkrijgen wanneer zij over los kruit beschikken. Dit is van toepassing op sportschutters die herladen (rookzwak buskruit) en op sportschutters die met historische wapens schieten waarbij los zwart buskruit wordt gebruikt.

Dat betekent dat huidige verlofhouders bij de eerstvolgende verlenging van hun verlof in 2015 bij de politie, afdeling Korpscheftaken, wanneer zij over los kruit beschikken, om een Erkenning Wecg moeten vragen. Datzelfde geldt voor diegenen die in 2015 een eerste aanvraag voor een verlof doen en ook over los kruit beschikken of gaan beschikken. De aanvraag is vormvrij dus er hoeft geen formulier voor te worden ingevuld; de mededeling dat de schutter herlaadt of zwart-kruit schiet is voldoende.

De Circulaire wapens en munitie zal op dit punt worden aangepast en binnen afzienbare tijd verschijnt er een nieuwe circulaire. De KNSA heeft weten te bereiken dat deze erkenning kosteloos wordt verstrekt.

Relevante documenten:

In verband met deze verplichting is daartoe een aantal belangrijke documenten beschikbaar.

 

 

Voorschriften:

Sportschutters, tevens verlofhouder zijnde, moeten wel wanneer zij over een Erkenning Wecg beschikken, met extra voorschriften rekening houden. Zo is de hoeveelheid kruit die zij in het bezit mogen hebben, aan een maximum verbonden dat staat vermeld in de informatie-brochure van het Ministerie van I&M.

In die informatiebrochure staat ook vermeld dat een registratieplicht geldt. Dat houdt in dat de aankoopbonnen van het kruit minimaal drie (3) jaar bewaard moeten worden. Die termijn van 3 jaar gaat pas in op het moment dat voor het eerst een Erkenning Wecg wordt afgegeven.

Controles op de Erkenning Wecg zullen worden gekoppeld aan het reguliere bezoek van de toezichthouder dat wordt uitgevoerd in het kader van de WWM. Indien tijdens dit bezoek wordt geconstateerd dat de houder van het verlof nog niet beschikt over een Erkenning Wecg, wordt de verlofhouder er op gewezen dit bij de eerstvolgende verlenging van het verlof in orde te brengen.

De KNSA adviseert de verlofhouder het kruit niet te bewaren in de wapenkast, maar wel in de nabijheid daarvan, dit om te voorkomen dat de toezichthouder zijn toezicht moet uitoefenen op meerdere plaatsen in uw woning.

De handelaar waarbij u het kruit koopt, mag tot 31 december 2015 kruit verkopen op basis van een verlof; een Erkenning hoeft u dus nog niet over te leggen.

 

Overgenomen uit de KNSA Nieuwsbrief no. 44 van 30 januari 2015.

AVG & Privacy

Weten hoe we met uw gegevens omgaan?

Bekijk onderstaande documenten die voor onze vereniging van toepassing zijn:

Niet gevonden?

Staat je vraag er niet bij? Stel dan je vraag via het contact formulier.